
Tijdens de top van de Luxemburgse binnenministers op 28 april voerde de Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken, Gerhard Karner, bilaterale gesprekken met zijn Duitse collega Alexander Dobrindt. In een gezamenlijke verklaring stelden de twee ministers dat “regelmatige uitzettingen naar conflictgebieden aantonen dat onze migratieomslag werkt” en beloofden zij de charteruitzettingen uit te breiden naar zowel Afghanistan als Syrië. Oostenrijk voerde eerder dit jaar al de eerste Europese uitzettingsvlucht naar Damascus sinds 2021 uit, terwijl Duitsland in de nacht van 27 april 25 Afghaanse staatsburgers naar Kabul terugbracht. Beide landen geven aan dat strengere handhaving in het eerste kwartaal van 2026 heeft geleid tot meer uitzettingen dan nieuwe asielaanvragen. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat dit beleid gevaarlijk is, verwijzend naar VN-rapporten over verslechterende veiligheid in beide bestemmingen. Vanuit het oogpunt van naleving van mobiliteitsregels is het signaal echter duidelijk: personen die hun verblijfsduur overschrijden of de visumvoorwaarden schenden, lopen een groter risico op detentie en gedwongen uitzetting—zelfs als hun land van herkomst door de meeste EU-lidstaten als onveilig wordt beschouwd. Bedrijven die werknemers uit derde landen in Oostenrijk in dienst hebben, doen er goed aan hun recht-op-werkcontroles te herzien en te zorgen dat alle verblijfsvergunningen gedurende de gehele opdracht geldig blijven. Gezinsleden met een gedoogstatus verdienen prioriteit bij regularisatie, aangezien de gezinsherenigingsprocedures tot halverwege het jaar bevroren blijven.
Bron: APA-OTS