
Polen stuurde op 14 juli rond het middaguur snel een tweetal F-16-gevechtsvliegtuigen uit nadat radarbeelden een Russische Ilyushin Il-20 verkenningsvliegtuig zonder actieve transponder boven internationale wateren van de Oostzee detecteerden, ongeveer 30 km noordwestelijk van Ustka. Defensieminister Władysław Kosiniak-Kamysz bevestigde de onderschepping de volgende ochtend tijdens een persconferentie en noemde het “de eerste directe Russische test van Polen’s luchtverdedigingszone in maanden.” De Il-20, ook wel “Coot-A” genoemd, is uitgerust met een zijwaarts gericht radarapparaat dat kustinstallaties kan in kaart brengen. Na visuele identificatie en radiowaarschuwingen van de Poolse piloten, keerde het toestel noord-oostwaarts richting Kaliningrad. Volgens het Operationeel Commando werd het Poolse luchtruim niet geschonden. Hoewel het vooral een defensie-incident betrof, heeft de actie praktische gevolgen voor de luchtvaart. De luchtverkeersleiding leidde tijdelijk civiele vluchten om in de Gdańsk en Rønne FIR-sectoren, wat lichte vertragingen veroorzaakte op de routes Warschau–Kopenhagen en Helsinki–Berlijn. Luchtvaartmaatschappijen zijn erop gewezen dat militaire activiteiten in de “steriele zone” van de Baltische ADS-B mogelijk toenemen tijdens de NAVO-oefencyclus deze zomer. Bedrijven die privé- of zakelijke jets naar Noord-Polen laten vliegen, wordt aangeraden NOTAMs te volgen voor plotselinge beperkingen en brandstofreserves te plannen voor eventuele wachtrondes. Het incident versterkt ook Warschau’s pleidooi voor voortzetting van EU-financiering van de Baltic Air Policing na 2027.
Bron: Polska Agencja Prasowa