
Minister van Binnenlandse Zaken Fernando Grande-Marlaska en minister van Migratie Elma Saiz ontmoetten op 17 september in Madrid EU-commissaris voor Binnenlandse Zaken Magnus Brunner om versnelde procedures te vragen voor de terugkeer van onregelmatige migranten tijdens “uitzonderlijke crisissituaties”, zoals de gebeurtenissen in Ceuta in juli. De ministers stelden dat de huidige termijnen volgens het Dublin-verdrag en de Terugkeerrichtlijn niet geschikt zijn voor plotselinge toestromen die de lokale capaciteit overbelasten. Spanje wil dat de Commissie een verordening opstelt waarmee lidstaten de beroepstermijnen kunnen verkorten, groepsinterviews kunnen houden en gezamenlijke repatriëringsvluchten kunnen charteren, gefinancierd vanuit het EU-budget. Dit voorstel sluit aan bij de recente oproep van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen voor meer “flexibiliteit” in noodsituaties. Brunner bevestigde dat er €114,7 miljoen aan noodfondsen, aangekondigd op 9 september, in oktober naar Spanje zal gaan, waaronder €35 miljoen bestemd voor twee permanente identificatiecentra (CATES) met elk 800 bedden in Ceuta en Melilla. Extra geld zal worden gebruikt om de zeewering van de enclave te verlengen en om drones met hoge resolutie in te zetten voor toezicht. Voor werkgevers betekent de nadruk op snellere terugkeer en biometrische centra strengere identiteitscontroles voor alle niet-EU-burgers die via Ceuta en Melilla binnenkomen, ook voor legitieme grensarbeiders. Bedrijven die afhankelijk zijn van Marokkaanse dagloners moeten rekening houden met langere screenings bij El Tarajal zodra deze weer opengaat. Adviesbureaus wijzen erop dat een nieuw EU-noodhulpmiddel voor terugkeer waarschijnlijk ook in andere hotspots zal worden toegepast, wat leidt tot een meer onvoorspelbare nalevingsomgeving binnen de hele EU. De conceptwetgeving zou vóór de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in december kunnen verschijnen. Als het wordt aangenomen, wordt Spanje de proeflocatie – een ontwikkeling die nauwlettend wordt gevolgd door andere grenslanden en multinationale HR-afdelingen die de doorlooptijden van relocaties monitoren.
Bron: El País