
Polen heeft de buitengewone maatregel verlengd die de meeste onderdanen van derde landen verhindert om aan de landgrens met Wit-Rusland een aanvraag voor internationale bescherming in te dienen. Een besluit van de Raad van Ministers van 16 januari 2026 verlengt het verbod – dat voor het eerst werd ingesteld in maart 2025 – met nog eens 60 dagen vanaf 21 januari 2026.
Het verbod is gebaseerd op artikel 33a van de Poolse Asielwet uit 2003, die de overheid toestaat de toegang tot de asielprocedure te beperken wanneer “instrumentalisering van migratie” wordt gezien als een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid. Warschau stelt dat Wit-Rusland doorgaat met het faciliteren van onregelmatige grensovergangen als vergelding voor EU-sancties, waardoor de Poolse grenswacht maandelijks duizenden pogingen tot binnenkomst moet afhandelen. Volgens overheidsgegevens werden in 2025 meer dan 45.000 pogingen voorkomen, tegenover minder dan 8.000 in 2020.
Voor mobility- en compliance-managers betekent de verlenging dat werknemers of familieleden die via Wit-Rusland de EU proberen binnen te komen, ter plaatse geen beschermingsaanvragen kunnen indienen. Zij moeten vooraf visa of humanitaire toegang aanvragen, of bescherming aanvragen zodra zij via een andere externe Schengen-grens legaal Pools grondgebied hebben bereikt. Bedrijven met personeel uit Wit-Rusland dat via Polen reist, doen er daarom goed aan de reis om te leiden via officieel geopende grensovergangen met Litouwen of Letland, of rechtstreeks per vliegtuig naar Warschau of Krakau te reizen.
Mensenrechtenorganisaties bekritiseren het beleid en stellen dat het in strijd is met het non-refoulementbeginsel doordat het toegang tot een eerlijke asielprocedure ontzegt. De Poolse regering stelt daartegenover dat de beperking tijdelijk en proportioneel is en alleen met parlementaire goedkeuring wordt verlengd. Met de nieuwe periode van 60 dagen die loopt tot minstens 21 maart 2026, moeten bedrijven ervan uitgaan dat het verbod mogelijk tot ver in het tweede kwartaal van kracht blijft en hun mobiliteitsprogramma’s hierop afstemmen.
Het verbod is gebaseerd op artikel 33a van de Poolse Asielwet uit 2003, die de overheid toestaat de toegang tot de asielprocedure te beperken wanneer “instrumentalisering van migratie” wordt gezien als een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid. Warschau stelt dat Wit-Rusland doorgaat met het faciliteren van onregelmatige grensovergangen als vergelding voor EU-sancties, waardoor de Poolse grenswacht maandelijks duizenden pogingen tot binnenkomst moet afhandelen. Volgens overheidsgegevens werden in 2025 meer dan 45.000 pogingen voorkomen, tegenover minder dan 8.000 in 2020.
Voor mobility- en compliance-managers betekent de verlenging dat werknemers of familieleden die via Wit-Rusland de EU proberen binnen te komen, ter plaatse geen beschermingsaanvragen kunnen indienen. Zij moeten vooraf visa of humanitaire toegang aanvragen, of bescherming aanvragen zodra zij via een andere externe Schengen-grens legaal Pools grondgebied hebben bereikt. Bedrijven met personeel uit Wit-Rusland dat via Polen reist, doen er daarom goed aan de reis om te leiden via officieel geopende grensovergangen met Litouwen of Letland, of rechtstreeks per vliegtuig naar Warschau of Krakau te reizen.
Mensenrechtenorganisaties bekritiseren het beleid en stellen dat het in strijd is met het non-refoulementbeginsel doordat het toegang tot een eerlijke asielprocedure ontzegt. De Poolse regering stelt daartegenover dat de beperking tijdelijk en proportioneel is en alleen met parlementaire goedkeuring wordt verlengd. Met de nieuwe periode van 60 dagen die loopt tot minstens 21 maart 2026, moeten bedrijven ervan uitgaan dat het verbod mogelijk tot ver in het tweede kwartaal van kracht blijft en hun mobiliteitsprogramma’s hierop afstemmen.