
Een onderzoeksrapport dat op 24 februari werd gepubliceerd door de burgercoalitie “Ero Straniero” en behandeld door La Repubblica, schetst een somber beeld van het Italiaanse arbeidsmigratieprogramma. Van de 181.450 werktoelatingen die zijn goedgekeurd onder de Flussi-quotumregeling voor 2025, werden slechts 11.276 verblijfsvergunningen uitgegeven – slechts 7,9%. Daarnaast blijven 14.349 aanvragen hangen in de verwerking, terwijl tienduizenden werden ingetrokken of verlaten. Onderzoekers wijzen op een “bureaucratische trechter” bestaande uit gehaaste click-day portals, consulaire knelpunten en ondoorzichtige werkgeverscontroles, waardoor veel werkzoekenden vastlopen of, erger nog, kwetsbaar worden voor fraude. Casestudy’s tonen aan dat werknemers tot €20.000 aan tussenpersonen betaalden, om vervolgens te ontdekken dat het bedrijf dat hen sponsorde niet wettelijk bevoegd was om hen in dienst te nemen. De bevindingen hebben directe beleidsimplicaties: het Flussi-decreet voor 2026-28 heeft zojuist een recordaantal van 497.550 plaatsen geopend en de volgende reeks click days is over drie weken. Campagnevoerders waarschuwen dat Italië, tenzij de procedurele knelpunten worden opgelost, het fiasco van vorig jaar dreigt te herhalen en zo onregelmatige arbeid in de hand werkt – het probleem dat de quota juist moeten beperken. Voor leiders in bedrijfsmobiliteit is het rapport een waarschuwing. Compliance-teams moeten de ketenpartners die via Flussi werven auditen, zorgen voor waterdichte werkgeversdocumentatie en alternatieve kanalen overwegen (zoals intra-company transferees) voor tijdkritische opdrachten. Juristen voorspellen dat de data zullen worden gebruikt in parlementaire hoorzittingen over het nieuwe veiligheids- en migratiedecreet en mogelijk strengere due-diligence eisen voor sponsors zullen stimuleren. NGO’s roepen de overheid op een “werkzoekendenvergunning” in te voeren, waarmee quota-aanvragers legaal in Italië kunnen blijven terwijl ze naar een andere werkgever zoeken, om zo de verleiding te verminderen om in de grijze economie te verdwijnen.
Bron: La Repubblica