
Slechts enkele uren na het presenteren van het voorstel voor de inburgeringstest, diende minister van Binnenlandse Zaken Mari Rantanen een tweede, afzonderlijk wetsvoorstel in dat gericht is op de uitzetting van afgewezen asielzoekers en personen die als veiligheidsrisico worden beschouwd. Volgens een concepttekst die Yle heeft ingezien en die op 17 april door Mezha werd gerapporteerd, zou de wetgeving autoriteiten toestaan om uitzettingsbevelen direct na een definitieve negatieve asielbeslissing uit te vaardigen, zonder te wachten op mogelijke beroepsprocedures. Ook zouden inreisverboden van maximaal vijf jaar kunnen gelden voor het hele Schengengebied in plaats van alleen Finland. Overheidsjuristen stellen dat deze wijzigingen nodig zijn om het vertrouwen van het publiek in het migratiebeheer te herstellen, na een reeks spraakmakende gevallen waarbij uitgezette personen onderdoken. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat de versnelde procedure de rechtsgang kan ondermijnen, terwijl privacyvoorvechters bezorgd zijn over een bepaling die bredere informatie-uitwisseling tussen de grenswacht, politie en sociale diensten mogelijk maakt. Voor managers van internationale mobiliteit is de belangrijkste praktische wijziging de voorgestelde verplichting voor werkgevers om Migri binnen zeven dagen te informeren wanneer een buitenlandse werknemer het recht om te werken verliest doordat hun verblijfsvergunning is verlopen of ingetrokken. Niet-naleving kan leiden tot boetes tot €10.000. Bedrijven moeten daarom hun interne controle op de vervaldatums van vergunningen aanscherpen en zorgdragen voor controleerbare meldingsregistraties. Het wetsvoorstel wordt samen met het inburgeringspakket behandeld, maar de regering hoopt de uitzettingsmaatregelen te versnellen zodat deze op 1 januari 2027 in werking kunnen treden, zes maanden eerder dan de rest van de hervormingen. Multinationals doen er goed aan nu al scenario’s te plannen, vooral voor gedetacheerden van wie de asielaanvragen nog in behandeling zijn.
Bron: Mezha