
In een vertrouwelijke circulaire die op 20 april werd onthuld, heeft de Spaanse Algemene Secretariaat voor Gevangenisinstellingen cipiers opgedragen om buitenlandse gedetineerden actief te screenen op geschiktheid volgens Koninklijk Besluit 316/2026 en samen te werken met immigratiekantsoren zodat aanvragen worden ingediend voordat gevangenen worden vrijgelaten. Ongeveer 30% van de Spaanse gevangenispopulatie van 50.000 personen – zo’n 15.000 mensen – zijn buitenlandse staatsburgers, veelal afkomstig uit Marokko en Algerije. De regering-Sánchez stelt dat een legale status essentieel is voor re-integratie en het voorkomen van recidive die samenhangt met onregelmatige arbeid. Critici aan de conservatieve kant noemen de maatregel “criminelen naturaliseren,” terwijl vakbonden van gevangenispersoneel klagen dat hun al lang bestaande eisen voor betere arbeidsomstandigheden onbeantwoord blijven. Vanuit het oogpunt van arbeidsmobiliteit benadrukt de richtlijn Spanje’s integrale aanpak: regularisatie wordt verweven in alle takken van de overheid, inclusief correctionele instellingen. Werkgevers die zich bezighouden met tweede-kans-werk of MVO-programma’s kunnen mogelijk rekenen op een grotere groep kandidaten die later dit jaar met geldige werkvergunningen uit de gevangenis komen. De maatregel kan ook de administratieve last voor lokale extranjería-kantoren verminderen, die anders te maken krijgen met late aanvragen van ex-gedetineerden. Tegelijkertijd legt het extra papierwerk op de al overbelaste sociale diensten van gevangenissen; vertragingen hier kunnen nog steeds doorwerken in de reguliere verwerkingscentra naarmate de deadline van 30 juni nadert.
Bron: Brussels Signal