
Een nieuwe fase in de gefaseerde afbouw van de oorlogsondersteuning voor Oekraïense vluchtelingen in Polen ging op 1 juli 2026 in, waarbij de staatsfinanciering voor de meeste bewoners van collectieve opvangcentra werd stopgezet. Moeders met kinderen ouder dan één jaar en gepensioneerden die al een Pools pensioen ontvangen, moeten nu zelf betalen voor hun verblijf of verhuizen; alleen mensen met een handicap, zwangere vrouwen en oudere vluchtelingen zonder familie in Polen behouden het recht op gratis onderdak. Het ministerie van Binnenlandse Zaken geeft aan dat deze wijziging het hoge werkgelegenheidspercentage onder ontheemde Oekraïners weerspiegelt – geschat op 68% – en de noodzaak om middelen toe te wijzen aan "de meest kwetsbare groepen". Ongeveer 11.000 Oekraïners wonen momenteel in 86 door de staat beheerde centra; NGO’s vrezen dat tot 40% dakloos kan worden als lokale autoriteiten niet ingrijpen. Ombudsman Marcin Wiącek waarschuwde dat vrouwen met jonge kinderen bijzonder kwetsbaar zijn en pleitte voor overgangsmaatregelen in de vorm van huursubsidies. Voor werkgevers die afhankelijk zijn van Oekraïens talent kan dit beleid leiden tot hogere personeelsverloop en druk om huisvestingsvergoedingen aan te bieden. Mobiliteitsmanagers doen er goed aan om verhuispakketten te herzien en te controleren of gezinsleden van gedetacheerden nog in aanmerking komen voor opvang in centra. Bedrijven die humanitaire visa sponsoren, moeten ook zorgen dat er voor aankomst privéhuisvesting geregeld is. Deze wijziging maakt deel uit van de wet van februari 2026, die de vluchtelingenhulp geleidelijk aan laat aansluiten bij de algemene Vreemdelingenwet van Polen tegen maart 2027. Hoewel de toegang tot de arbeidsmarkt en sociale zekerheidsnummers (PESEL UKR) ongewijzigd blijft, is de boodschap uit Warschau duidelijk: noodmaatregelen worden afgebouwd en langdurige integratie zal afhangen van arbeidsinkomen, niet van staatsopvang.
Bron: RBC-Ukraine