
Belgische inwoners maakten tussen januari en maart 2026 maar liefst 5,3 miljoen reizen met minimaal één overnachting, blijkt uit voorlopige cijfers van het nationale statistiekbureau Statbel, gepubliceerd op 14 september. Dit is bijna 1% meer dan in dezelfde periode van 2025, wat wijst op een sterke reislust ondanks inflatie en hogere vliegtarieven. Binnenlandse reizen vormden 28,9% van het totaal, waarbij de Noordzeekust en de Ardennen favoriet waren voor een korte vakantie. In het buitenland bleef Frankrijk de absolute favoriet met één miljoen Belgische trips, gevolgd door Nederland (522.000) en Duitsland (341.000). Hoewel het eerste kwartaal traditioneel rustig is, vielen ook de dagtochten op: er werden 2,3 miljoen grensoverschrijdende uitstapjes zonder overnachting geregistreerd, wat het belang van soepel Schengen-verkeer voor de Belgische vrijetijds- en retailsector benadrukt. Voor mobiliteitsplanners in het bedrijfsleven wijzen de cijfers op een terugkeer naar bijna pre-pandemische volumes op grensoverschrijdende snelwegen en spoorlijnen. Bedrijven doen er goed aan hun reisbeleid, met name wat betreft kilometer- en CO2-budgetten, te herzien, zeker met het drukke najaarsconferentieseizoen in het vooruitzicht.