
Tijdens een toespraak in de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 13 november bevestigde minister van Defensie Theo Francken dat de Verenigde Staten ‘technische en operationele hulp’ hebben aangeboden om België te ondersteunen bij het bestrijden van de toename van illegale dronevluchten boven luchthavens, militaire bases en energie-installaties. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben al gespecialiseerde teams en apparatuur ingezet op Belgische bodem; de bijdrage van Washington zal zich naar verwachting richten op elektronische oorlogsvoering-sensoren en ondersteuning bij datafusie.
Deze diplomatieke stap volgt op een beslissing van de Nationale Veiligheidsraad op 6 november, waarbij de Belgische veiligheidsdiensten toestemming kregen om indien nodig onbekende drones met geweld uit te schakelen. Sinds september zijn er minstens 17 drone-incidenten geregistreerd, waaronder herhaalde overvliegende drones boven de kernwapen-capabele basis Kleine-Brogel en twee afzonderlijke sluitingen van Brussels Airport. Onderzoekers vermoeden spionage door staten, hoewel geen enkel land formeel is beschuldigd.
Voor multinationals met hoofdzetel in Brussel is de intensievere internationale samenwerking een bemoedigend signaal dat België drone-inbraken als een nationale veiligheidskwestie beschouwt, en niet louter als een luchtvaartoverlast. Verbeterde bewaking zou de kans op ongeplande luchthavensluitingen, die bedrijfsreisschema’s verstoren, moeten verkleinen.
In de praktijk kunnen mobiliteitsteams rekening houden met een verhoogde beveiligingsaanwezigheid nabij luchthavens en belangrijke installaties, mogelijke tijdelijke luchtverkeersbeperkingen en strengere controles van vracht. Bedrijven die zelf drones inzetten – wat vaak voorkomt bij engineering- of mediaprojecten – doen er goed aan hun vergunningen en vluchtplannen dubbel te controleren om te voorkomen dat ze door de nieuwe anti-drone-eenheid aan de grond worden gehouden.
Deze diplomatieke stap volgt op een beslissing van de Nationale Veiligheidsraad op 6 november, waarbij de Belgische veiligheidsdiensten toestemming kregen om indien nodig onbekende drones met geweld uit te schakelen. Sinds september zijn er minstens 17 drone-incidenten geregistreerd, waaronder herhaalde overvliegende drones boven de kernwapen-capabele basis Kleine-Brogel en twee afzonderlijke sluitingen van Brussels Airport. Onderzoekers vermoeden spionage door staten, hoewel geen enkel land formeel is beschuldigd.
Voor multinationals met hoofdzetel in Brussel is de intensievere internationale samenwerking een bemoedigend signaal dat België drone-inbraken als een nationale veiligheidskwestie beschouwt, en niet louter als een luchtvaartoverlast. Verbeterde bewaking zou de kans op ongeplande luchthavensluitingen, die bedrijfsreisschema’s verstoren, moeten verkleinen.
In de praktijk kunnen mobiliteitsteams rekening houden met een verhoogde beveiligingsaanwezigheid nabij luchthavens en belangrijke installaties, mogelijke tijdelijke luchtverkeersbeperkingen en strengere controles van vracht. Bedrijven die zelf drones inzetten – wat vaak voorkomt bij engineering- of mediaprojecten – doen er goed aan hun vergunningen en vluchtplannen dubbel te controleren om te voorkomen dat ze door de nieuwe anti-drone-eenheid aan de grond worden gehouden.
Bron: Anadolu Agency