
De provinciale regering van Neder-Oostenrijk bevestigde op 7 december dat zij formeel het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft gevraagd het aantal ‘vestigingsvergunningen’ voor de provincie in 2025 te verlagen van 348 naar 273. Dit verzoek sluit aan bij een vergelijkbare eis uit Stiermarken en is inmiddels opgenomen in het ontwerp van de federale verordening die nu ter publieke inzage ligt. Hoewel de quota vooral gelden voor familieleden van buitenlandse werknemers, geldt er ook een limiet voor de gewilde verblijfsvergunningen voor welgestelde gepensioneerden en digitale nomaden die voldoende financiële middelen kunnen aantonen.
Als dit wordt doorgevoerd, daalt de landelijke quota voor gezinshereniging en verblijfsvergunningen op privé-middelen tot 5.616, tegenover 5.846 vorig jaar. Ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken geven aan dat de verlaging gerechtvaardigd is door het afnemende aantal aanvragen, sinds in juli een federale moratorium op gezinshereniging voor erkende vluchtelingen van kracht werd. Critici van de extreemrechtse FPÖ vinden de verlaging niet ver genoeg gaan en pleiten voor een ‘nulquota’, terwijl juridische experts waarschuwen dat een volledige bevriezing in strijd zou zijn met de objectiviteitsvereisten van Oostenrijk en de EU-regels voor vrij verkeer.
Voor HR-afdelingen van bedrijven betekent dit vooral een administratieve uitdaging: minder quota verhogen het risico dat hoogopgeleide werknemers niet op tijd familievisa kunnen regelen voor schoolinschrijvingen of eindejaarsroosters. Immigratieadviseurs melden dat in Wenen en Graz de afspraken voor 2025 al volgeboekt zijn, waardoor provinciale quota een belangrijke vangnet vormen voor bedrijven met vestigingen in Neder-Oostenrijk.
Het ontwerp van de verordening staat open voor reacties tot 16 december. Mobiliteitsprofessionals wordt aangeraden ondersteunende verklaringen in te dienen en, indien nodig, familieleden via alternatieve routes zoals de Red-White-Red Card Plus te laten migreren. Deze route valt niet onder de provinciale quota, maar stelt hogere eisen aan inkomen en integratie.
Omdat de federale overheid van plan is de cijfers van 2025 mee te nemen in 2026, in afwachting van een bredere herziening van de quota, zullen de nu afgesproken aantallen feitelijk de gezinsmigratie van niet-EU-burgers voor de komende 18 maanden bepalen.
Als dit wordt doorgevoerd, daalt de landelijke quota voor gezinshereniging en verblijfsvergunningen op privé-middelen tot 5.616, tegenover 5.846 vorig jaar. Ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken geven aan dat de verlaging gerechtvaardigd is door het afnemende aantal aanvragen, sinds in juli een federale moratorium op gezinshereniging voor erkende vluchtelingen van kracht werd. Critici van de extreemrechtse FPÖ vinden de verlaging niet ver genoeg gaan en pleiten voor een ‘nulquota’, terwijl juridische experts waarschuwen dat een volledige bevriezing in strijd zou zijn met de objectiviteitsvereisten van Oostenrijk en de EU-regels voor vrij verkeer.
Voor HR-afdelingen van bedrijven betekent dit vooral een administratieve uitdaging: minder quota verhogen het risico dat hoogopgeleide werknemers niet op tijd familievisa kunnen regelen voor schoolinschrijvingen of eindejaarsroosters. Immigratieadviseurs melden dat in Wenen en Graz de afspraken voor 2025 al volgeboekt zijn, waardoor provinciale quota een belangrijke vangnet vormen voor bedrijven met vestigingen in Neder-Oostenrijk.
Het ontwerp van de verordening staat open voor reacties tot 16 december. Mobiliteitsprofessionals wordt aangeraden ondersteunende verklaringen in te dienen en, indien nodig, familieleden via alternatieve routes zoals de Red-White-Red Card Plus te laten migreren. Deze route valt niet onder de provinciale quota, maar stelt hogere eisen aan inkomen en integratie.
Omdat de federale overheid van plan is de cijfers van 2025 mee te nemen in 2026, in afwachting van een bredere herziening van de quota, zullen de nu afgesproken aantallen feitelijk de gezinsmigratie van niet-EU-burgers voor de komende 18 maanden bepalen.