
In twee arresten van 12 december heeft het Spaanse Hooggerechtshof geoordeeld dat het weigeren van niet-ingezetenen om gebruik te maken van de gecombineerde inkomens- en vermogensbelastingkorting—bekend als de "límite conjunto" of belastingbescherming—in strijd is met de EU-principes van vrij kapitaalverkeer. Deze uitspraken betekenen dat expats en buitenlandse investeerders hun jaarlijkse vermogensbelasting kunnen verrekenen met de inkomstenbelasting, net zoals inwoners dat kunnen, wat hun belastingaanslagen met duizenden euro’s kan verlagen.
Spanje is een van de weinige Europese landen die nog een vermogensbelasting heft, met tarieven tot 3,5% op vermogens boven de €10 miljoen. Tot nu toe konden niet-ingezetenen deze twee belastingen niet combineren bij het berekenen van de 60%-korting, waardoor zij vaak zwaarder werden belast dan lokale inwoners die van deze beperking profiteren.
Fiscale juristen verwachten een golf aan terugvorderingsverzoeken, vooral van Britse en Latijns-Amerikaanse huiseigenaren die na de aankoop van vakantiewoningen onder de vermogensbelasting vielen. De uitspraak haalt ook een psychologische drempel weg voor topmanagers die Spaanse opdrachten overwegen onder de "Beckhamwet", omdat zij niet langer geconfronteerd worden met een onevenredige vermogensbelasting als zij vermogen in het buitenland aanhouden.
Het ministerie van Financiën liet weten de uitspraken "in ontvangst te nemen" en zal de regelgeving begin 2026 aanpassen. Regionale overheden—die de belasting innen—waarschuwen dat de wijziging hen jaarlijks tot €120 miljoen kan kosten, maar bedrijfsorganisaties stellen dat dit verlies wordt gecompenseerd door nieuwe investeringen.
Voor teams die zich bezighouden met internationale mobiliteit is de boodschap duidelijk: herzie de vergoedingspakketten en estate-planningstructuren van gedetacheerden en adviseer niet-ingezetenen om binnen de vierjarige verjaringstermijn beschermende terugvorderingsverzoeken in te dienen.
Spanje is een van de weinige Europese landen die nog een vermogensbelasting heft, met tarieven tot 3,5% op vermogens boven de €10 miljoen. Tot nu toe konden niet-ingezetenen deze twee belastingen niet combineren bij het berekenen van de 60%-korting, waardoor zij vaak zwaarder werden belast dan lokale inwoners die van deze beperking profiteren.
Fiscale juristen verwachten een golf aan terugvorderingsverzoeken, vooral van Britse en Latijns-Amerikaanse huiseigenaren die na de aankoop van vakantiewoningen onder de vermogensbelasting vielen. De uitspraak haalt ook een psychologische drempel weg voor topmanagers die Spaanse opdrachten overwegen onder de "Beckhamwet", omdat zij niet langer geconfronteerd worden met een onevenredige vermogensbelasting als zij vermogen in het buitenland aanhouden.
Het ministerie van Financiën liet weten de uitspraken "in ontvangst te nemen" en zal de regelgeving begin 2026 aanpassen. Regionale overheden—die de belasting innen—waarschuwen dat de wijziging hen jaarlijks tot €120 miljoen kan kosten, maar bedrijfsorganisaties stellen dat dit verlies wordt gecompenseerd door nieuwe investeringen.
Voor teams die zich bezighouden met internationale mobiliteit is de boodschap duidelijk: herzie de vergoedingspakketten en estate-planningstructuren van gedetacheerden en adviseer niet-ingezetenen om binnen de vierjarige verjaringstermijn beschermende terugvorderingsverzoeken in te dienen.
Bron: IFC Review