
Minister van Justitie, Binnenlandse Zaken en Migratie Jim O’Callaghan gebruikte de bijeenkomst van de EU-Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JHA) op 6 maart 2026 in Brussel om te pleiten voor strengere handhaving van het EU-pact over migratie en asiel. Samen met zijn collega’s uit Duitsland, Spanje en Polen benadrukte de minister dat de ongelijke toepassing van terugkeer- en heropnamebepalingen onevenredige druk legt op de grenslanden, waaronder Ierland, waar het aantal asielaanvragen in 2025 met 18% steeg ten opzichte van het voorgaande jaar.
Op de agenda van de Raad stond een volledige sessie over de ‘externe dimensies van migratie’, met de nadruk op samenwerking met transitlanden zoals Libanon en Libië. O’Callaghan steunde het voorstel van de Commissie om extra financiering voor grensbeheer naar deze partners te kanaliseren, maar stelde dat elke overeenkomst meetbare doelen moet bevatten om irreguliere migratiestromen te verminderen en vrijwillige terugkeer te bevorderen.
De ministers van Justitie keurden ook conclusies goed over het nieuwe EU-strategisch kader voor drugsbeleid en gaven groen licht voor een algemene aanpak van een verordening ter bescherming van kwetsbare volwassenen over de grenzen heen. Voor teams die zich bezighouden met personeelsmobiliteit was de belangrijkste kwestie echter de ministeriële uitwisseling over de aankomende verordening voor interoperabiliteit van grootschalige IT-systemen, die Eurodac, het Entry/Exit-systeem en het EU-brede Visuminformatiesysteem met elkaar zal verbinden. Ierland heeft gedeeltelijk ingestemd met deze instrumenten en moet zijn grenscontrole-architectuur uiterlijk eind 2027 op één lijn brengen.
De reacties uit de sector zijn gemengd. Verenigingen voor zakenreizen verwelkomden de toezeggingen om de verwerking van legitieme passagiers te versnellen, maar privacyvoorvechters waarschuwden voor een geleidelijke uitbreiding van de bevoegdheden. O’Callaghan liet aan journalisten weten dat Dublin eerst met belanghebbenden zal overleggen voordat nieuwe vereisten voor gegevensuitwisseling in nationale wetgeving worden omgezet. Bedrijven die personeel over meerdere EU-locaties verplaatsen, wordt geadviseerd hun HR-informatiesystemen te controleren om te garanderen dat ze de real-time statusgegevens kunnen leveren die het nieuwe regime waarschijnlijk zal vereisen.
De volgende JHA-Raad staat gepland voor juni, tegen die tijd hoopt het Belgische voorzitterschap politieke overeenstemming te bereiken over de laatste openstaande onderdelen van het Pact – met name de verordening over crisis en overmacht – wat de weg vrijmaakt voor een gefaseerde invoering vanaf 2027.
Op de agenda van de Raad stond een volledige sessie over de ‘externe dimensies van migratie’, met de nadruk op samenwerking met transitlanden zoals Libanon en Libië. O’Callaghan steunde het voorstel van de Commissie om extra financiering voor grensbeheer naar deze partners te kanaliseren, maar stelde dat elke overeenkomst meetbare doelen moet bevatten om irreguliere migratiestromen te verminderen en vrijwillige terugkeer te bevorderen.
De ministers van Justitie keurden ook conclusies goed over het nieuwe EU-strategisch kader voor drugsbeleid en gaven groen licht voor een algemene aanpak van een verordening ter bescherming van kwetsbare volwassenen over de grenzen heen. Voor teams die zich bezighouden met personeelsmobiliteit was de belangrijkste kwestie echter de ministeriële uitwisseling over de aankomende verordening voor interoperabiliteit van grootschalige IT-systemen, die Eurodac, het Entry/Exit-systeem en het EU-brede Visuminformatiesysteem met elkaar zal verbinden. Ierland heeft gedeeltelijk ingestemd met deze instrumenten en moet zijn grenscontrole-architectuur uiterlijk eind 2027 op één lijn brengen.
De reacties uit de sector zijn gemengd. Verenigingen voor zakenreizen verwelkomden de toezeggingen om de verwerking van legitieme passagiers te versnellen, maar privacyvoorvechters waarschuwden voor een geleidelijke uitbreiding van de bevoegdheden. O’Callaghan liet aan journalisten weten dat Dublin eerst met belanghebbenden zal overleggen voordat nieuwe vereisten voor gegevensuitwisseling in nationale wetgeving worden omgezet. Bedrijven die personeel over meerdere EU-locaties verplaatsen, wordt geadviseerd hun HR-informatiesystemen te controleren om te garanderen dat ze de real-time statusgegevens kunnen leveren die het nieuwe regime waarschijnlijk zal vereisen.
De volgende JHA-Raad staat gepland voor juni, tegen die tijd hoopt het Belgische voorzitterschap politieke overeenstemming te bereiken over de laatste openstaande onderdelen van het Pact – met name de verordening over crisis en overmacht – wat de weg vrijmaakt voor een gefaseerde invoering vanaf 2027.