
Het Office for National Statistics (ONS) publiceerde op 23 april 2026 een voortgangsrapport over internationaal migratieonderzoek, waarin een belangrijke verschuiving wordt aangekondigd van schattingen op basis van enquêtes naar bijna real-time analyses van de Home Office Borders and Immigration Data (HOBID). De nieuwe methode laat de historische International Passenger Survey volledig los en combineert in plaats daarvan visum-, in- en uitreis- en loonadministratiegegevens om gedetailleerdere tellingen van aankomsten en vertrekken te maken. Belangrijke vernieuwingen zijn onder meer aparte langetermijnreeksen voor immigratie en emigratie van EU-plusburgers, niet-EU-visumhouders en – cruciaal – Britse staatsburgers, van wie het reisgedrag voorheen slechts globaal werd gemodelleerd.
Het ONS presenteerde ook experimentele technieken om houders van Indefinite Leave to Remain (ILR) die later emigreren te volgen, een blinde vlek die lange tijd voor onzekerheid zorgde bij arbeidsmarktprognoses. Voor werkgevers betekent dit een snellere indicatie van het daadwerkelijke aantal beschikbare vakbekwame werknemers, wat zorgt voor een flexibeler talentaanbodmodel. Ook overheidsinstanties krijgen hiermee een betere onderbouwing voor het afstemmen van visumquota en integratiefondsen.
Het ONS is van plan deze nieuwe indicatoren op te nemen in de Long-Term International Migration (LTIM) publicatie van mei 2026, zodat beleidsmakers nieuwe cijfers ontvangen vóór de begroting in het najaar. Deze methodologische vernieuwing is van belang voor global mobility-teams, omdat veel bedrijfsverhuisbeleid huisvestingsvergoedingen en kosten van levensonderhoud koppelt aan officiële migratiestromen. Een nauwkeuriger en actueler dataset kan leiden tot plotselinge aanpassingen van moeilijkheidstoeslagen, vooral in hotspots zoals Manchester en Edinburgh, waar migranten zich ongelijkmatig vestigen.
Belanghebbenden hebben zes weken de tijd om feedback te geven voordat het ONS het kader definitief vastlegt. Analisten verwachten dat deze transparantie leidt tot levendige discussies over de registratie van overblijvers en 3C-verblijfsaanvragen – kwesties met directe gevolgen voor sponsorlicentie-naleving en verwijderingsdoelstellingen.
Het ONS presenteerde ook experimentele technieken om houders van Indefinite Leave to Remain (ILR) die later emigreren te volgen, een blinde vlek die lange tijd voor onzekerheid zorgde bij arbeidsmarktprognoses. Voor werkgevers betekent dit een snellere indicatie van het daadwerkelijke aantal beschikbare vakbekwame werknemers, wat zorgt voor een flexibeler talentaanbodmodel. Ook overheidsinstanties krijgen hiermee een betere onderbouwing voor het afstemmen van visumquota en integratiefondsen.
Het ONS is van plan deze nieuwe indicatoren op te nemen in de Long-Term International Migration (LTIM) publicatie van mei 2026, zodat beleidsmakers nieuwe cijfers ontvangen vóór de begroting in het najaar. Deze methodologische vernieuwing is van belang voor global mobility-teams, omdat veel bedrijfsverhuisbeleid huisvestingsvergoedingen en kosten van levensonderhoud koppelt aan officiële migratiestromen. Een nauwkeuriger en actueler dataset kan leiden tot plotselinge aanpassingen van moeilijkheidstoeslagen, vooral in hotspots zoals Manchester en Edinburgh, waar migranten zich ongelijkmatig vestigen.
Belanghebbenden hebben zes weken de tijd om feedback te geven voordat het ONS het kader definitief vastlegt. Analisten verwachten dat deze transparantie leidt tot levendige discussies over de registratie van overblijvers en 3C-verblijfsaanvragen – kwesties met directe gevolgen voor sponsorlicentie-naleving en verwijderingsdoelstellingen.