
Het Oostenrijkse Nieuwsblad meldde op 8 oktober 2026 dat Oostenrijk en vier andere EU-landen een versnelde planning hebben afgesproken om in 2027 de eerste extraterritoriale “terugkeerhubs” voor afgewezen asielzoekers te openen. Volgens gelekte notulen van een sherpa-bijeenkomst op 5 oktober in Kopenhagen zijn de partners—Oostenrijk, Denemarken, Duitsland, Griekenland en Nederland—van plan om voor het einde van het jaar raamovereenkomsten te ondertekenen met Rwanda en Oezbekistan. Oostenrijk zal zich richten op het financieren van beroepsopleidingsmodules in de hubs, voortbouwend op de ervaring met de ‘Jobs Plus’-herintegratiesubsidies die al worden gebruikt voor vrijwillige terugkeerders. Het ministerie van Binnenlandse Zaken is van mening dat het combineren van vaardigheidstraining met veilige huisvesting de acceptatie van uitzettingsbevelen zal vergroten en het aantal onderduikers binnen het Schengengebied zal verminderen. Mensenrechtenorganisaties hebben kritiek geuit op het plan en waarschuwen dat de juridische status van gedetineerden in derde landen onduidelijk blijft. De Oostenrijkse regering stelt daartegenover dat de centra open faciliteiten zullen zijn die voldoen aan de UNHCR-normen en onder gezamenlijke EU-toezicht staan. Bedrijven die onderdanen van derde landen met een Oostenrijkse werkvergunning in dienst hebben, moeten rekening houden met een parallelle administratieve hervorming: vanaf januari zal het Wiener Arbeitsmarktservice (AMS) de verwerkingstijd voor Red-White-Red Cards terugbrengen tot 90 dagen; het niet tijdig verlengen kan leiden tot overplaatsing naar een hub zodra het systeem operationeel is. De Europese Commissie heeft het initiatief nog niet formeel goedgekeurd, maar heeft wel “constructieve betrokkenheid” getoond. Een formele pilotbeslissing wordt verwacht tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in december.