
Het hoogste gerechtshof van Spanje heeft de laatste grote juridische hindernis weggenomen voor de buitengewone regularisatiecampagne van de regering-Sánchez. Dit programma zal naar verwachting verblijfs- en werkvergunningen verlenen aan ongeveer een half miljoen buitenlanders die kunnen aantonen dat ze op 1 januari 2026 al in het land woonden. In een uitspraak van 22 mei verwierp de Administratieve Kamer van het Hooggerechtshof voorlopige verzoeken van de regio Madrid, de extreemrechtse partij Vox en drie burgerverenigingen die het decreet wilden opschorten totdat bredere beroepsprocedures waren afgerond. De rechters vonden geen bewijs voor de door de eisers aangevoerde “onherstelbare schade” en oordeelden dat de integratie van mensen die al in Spanje zijn, zwaarder weegt dan de hypothetische administratieve druk op regionale diensten.
Voor werkgevers – vooral in sectoren als landbouw, logistiek en huishoudelijke zorg die sterk afhankelijk zijn van ongedocumenteerde arbeidskrachten – brengt deze beslissing duidelijkheid. Volgens het Ministerie van Inclusie, Sociale Zekerheid en Migratie waren er donderdagavond al meer dan 549.000 aanvragen ingediend, waarvan 91.505 al een voorlopige werkvergunning hebben ontvangen. HR-teams kunnen dus beginnen met het aannemen van kandidaten, hoewel de initiële vergunning slechts één jaar geldig is en later moet worden omgezet in de reguliere verblijfsvergunningen. Juridische adviseurs wijzen erop dat aanvragers ten minste vijf aaneengesloten maanden verblijf vóór 2026 moeten aantonen en aan basisintegratiecriteria moeten voldoen.
Omdat het programma beperkt is tot Spanje, krijgen begunstigden geen automatische bewegingsvrijheid binnen de rest van de EU. Toch zien multinationals met Spaanse vestigingen dit als een kans om eerder informele talenten aan te boren en tegelijkertijd de nalevingsrisico’s rond onderaanneming te verkleinen. Politiek gezien is de uitspraak ook belangrijk. Ze dempt een fel gevoerde campagne van regionale en oppositieleiders die waarschuwden voor druk op de publieke diensten en vermeende schendingen van EU-wetgeving. Het hof erkende wel het recht van de appellanten om de zaak voort te zetten, maar de regularisatie blijft van kracht – waardoor bedrijven, lokale overheden en migranten met veel meer zekerheid kunnen plannen.
Voor werkgevers – vooral in sectoren als landbouw, logistiek en huishoudelijke zorg die sterk afhankelijk zijn van ongedocumenteerde arbeidskrachten – brengt deze beslissing duidelijkheid. Volgens het Ministerie van Inclusie, Sociale Zekerheid en Migratie waren er donderdagavond al meer dan 549.000 aanvragen ingediend, waarvan 91.505 al een voorlopige werkvergunning hebben ontvangen. HR-teams kunnen dus beginnen met het aannemen van kandidaten, hoewel de initiële vergunning slechts één jaar geldig is en later moet worden omgezet in de reguliere verblijfsvergunningen. Juridische adviseurs wijzen erop dat aanvragers ten minste vijf aaneengesloten maanden verblijf vóór 2026 moeten aantonen en aan basisintegratiecriteria moeten voldoen.
Omdat het programma beperkt is tot Spanje, krijgen begunstigden geen automatische bewegingsvrijheid binnen de rest van de EU. Toch zien multinationals met Spaanse vestigingen dit als een kans om eerder informele talenten aan te boren en tegelijkertijd de nalevingsrisico’s rond onderaanneming te verkleinen. Politiek gezien is de uitspraak ook belangrijk. Ze dempt een fel gevoerde campagne van regionale en oppositieleiders die waarschuwden voor druk op de publieke diensten en vermeende schendingen van EU-wetgeving. Het hof erkende wel het recht van de appellanten om de zaak voort te zetten, maar de regularisatie blijft van kracht – waardoor bedrijven, lokale overheden en migranten met veel meer zekerheid kunnen plannen.
Bron: El País