
Zaterdagavond heeft het Hooggerechtshof de ontvankelijkheid bevestigd van het beroep dat de Junta van Castilla y León heeft ingediend tegen het Koninklijk Besluit dat de buitengewone regularisatie van personen zonder geldige verblijfsstatus regelt. De regionale overheid stelt dat het proces — dat meer dan een miljoen aanvragen heeft ontvangen, het dubbele van wat aanvankelijk werd verwacht — “afwijkt van de traditionele criteria voor vestiging” en dat de noodzakelijke betrokkenheid van de autonome regio’s ontbreekt, terwijl zij wel verantwoordelijk worden voor het leveren van basisdiensten. Ook wordt de compatibiliteit met het Europese migratiecontrolesysteem in twijfel getrokken. De ontvankelijkheid van het beroep legt de procedure niet stil, maar opent wel een juridisch front dat kan leiden tot prejudiciële vragen bij het Europees Hof van Justitie. Voor werkgevers ligt het risico in een mogelijke gedeeltelijke nietigverklaring, die onzekerheid kan creëren over reeds verleende vergunningen en de mogelijkheid om geregulariseerde werknemers in dienst te nemen. Mobiliteitskantoren adviseren om in contracten van expats clausules voor onvoorziene omstandigheden op te nemen en de juridische monitoring te versterken. Hoewel andere regionale regeringen onder leiding van PP-Vox soortgelijke klachten overwegen, heeft het Ministerie van Inclusie vertrouwen in de stevigheid van het besluit en wijst erop dat eerdere regularisatieprocessen in 2000, 2001 en 2005 de rechterlijke toets hebben doorstaan. Het Hooggerechtshof zal de Advocatuur van de Staat horen voordat het beslist of het voorlopig een of meer artikelen schorst.
Bron: 20 Minutos / EFE