
Het Oostenrijkse ministerie van Binnenlandse Zaken heeft stilletjes de financiële eisen aangescherpt voor niet-EU-burgers die in het land willen wonen zonder te werken. In een circulaire van 8 januari, die afgelopen weekend werd gepubliceerd, staat dat alleenstaande aanvragers van de populaire “Verblijfsvergunning – Zonder Betaalde Arbeid” vanaf nu een netto besteedbaar inkomen van minimaal €1.273,99 per maand moeten aantonen. Gehuwde stellen moeten €2.009,85 kunnen laten zien, en voor elk kind dat van hen afhankelijk is, komt daar €196,57 bij.
Deze nieuwe bedragen volgen de jaarlijkse indexering van de Ausgleichszulagenrichtsatz, de Oostenrijkse norm voor sociale bijstand, en betekenen een stijging van ongeveer vier procent ten opzichte van 2025. Ambtenaren benadrukken dat de hogere drempel ervoor moet zorgen dat nieuwkomers niet afhankelijk worden van publieke middelen. Critici stellen echter dat dit veel gepensioneerden en zogenaamde digitale nomaden, wiens inkomen per maand kan variëren, buitensluit.
Voor managers van wereldwijde mobiliteit en verhuizingen heeft deze wijziging directe gevolgen. Lopende aanvragen die nog niet zijn afgehandeld, worden beoordeeld aan de hand van de nieuwe norm. Dit betekent dat aanvragers die vóór de aankondiging hun aanvraag indienden, mogelijk worden gevraagd om bijgewerkte bankafschriften of pensioenbewijzen aan te leveren. Werkgevers doen er ook goed aan om bestaande afspraken over ‘shadow payroll’ te herzien; hoewel de vergunning betaald werk in Oostenrijk uitsluit, ontvangen sommige werknemers extra vergoedingen van het hoofdkantoor die onbedoeld belasting- of sociale zekerheidsverplichtingen kunnen veroorzaken.
In de praktijk leidt de hogere eis tot langere verwerkingstijden. Consulaire posten moeten extra documenten controleren, en aanvragers met een inkomen dicht bij de grens kunnen worden gevraagd om beëdigde vertalingen, apostilles of bewijs van een ziektekostenverzekering te overleggen. Adviseurs raden aan om minstens twee extra weken in te calculeren bij verhuizingen en om geld vooraf over te maken naar Oostenrijkse bankrekeningen om liquiditeit aan te tonen.
Vooruitkijkend verwachten betrokken partijen dat de eisen elk jaar in januari verder omhoog gaan, in lijn met de indexeringscyclus. Sommige belangenorganisaties pleiten voor een aparte ‘silver economy’-visum met een lagere inkomenseis, maar met verplichte particuliere ziektekostenverzekering, een model dat al wordt toegepast in Spanje en Portugal. Voor nu moeten werkgevers en particuliere aanvragers rekening houden met deze strengere financiële toets.
Deze nieuwe bedragen volgen de jaarlijkse indexering van de Ausgleichszulagenrichtsatz, de Oostenrijkse norm voor sociale bijstand, en betekenen een stijging van ongeveer vier procent ten opzichte van 2025. Ambtenaren benadrukken dat de hogere drempel ervoor moet zorgen dat nieuwkomers niet afhankelijk worden van publieke middelen. Critici stellen echter dat dit veel gepensioneerden en zogenaamde digitale nomaden, wiens inkomen per maand kan variëren, buitensluit.
Voor managers van wereldwijde mobiliteit en verhuizingen heeft deze wijziging directe gevolgen. Lopende aanvragen die nog niet zijn afgehandeld, worden beoordeeld aan de hand van de nieuwe norm. Dit betekent dat aanvragers die vóór de aankondiging hun aanvraag indienden, mogelijk worden gevraagd om bijgewerkte bankafschriften of pensioenbewijzen aan te leveren. Werkgevers doen er ook goed aan om bestaande afspraken over ‘shadow payroll’ te herzien; hoewel de vergunning betaald werk in Oostenrijk uitsluit, ontvangen sommige werknemers extra vergoedingen van het hoofdkantoor die onbedoeld belasting- of sociale zekerheidsverplichtingen kunnen veroorzaken.
In de praktijk leidt de hogere eis tot langere verwerkingstijden. Consulaire posten moeten extra documenten controleren, en aanvragers met een inkomen dicht bij de grens kunnen worden gevraagd om beëdigde vertalingen, apostilles of bewijs van een ziektekostenverzekering te overleggen. Adviseurs raden aan om minstens twee extra weken in te calculeren bij verhuizingen en om geld vooraf over te maken naar Oostenrijkse bankrekeningen om liquiditeit aan te tonen.
Vooruitkijkend verwachten betrokken partijen dat de eisen elk jaar in januari verder omhoog gaan, in lijn met de indexeringscyclus. Sommige belangenorganisaties pleiten voor een aparte ‘silver economy’-visum met een lagere inkomenseis, maar met verplichte particuliere ziektekostenverzekering, een model dat al wordt toegepast in Spanje en Portugal. Voor nu moeten werkgevers en particuliere aanvragers rekening houden met deze strengere financiële toets.