
Tijdens een vergadering in Straatsburg op 10 februari stemde het Europees Parlement met 408 tegen 184 stemmen voor nieuwe regels die lidstaten – waaronder Frankrijk – toestaan asielaanvragen van migranten uit of via zogenoemde ‘veilige’ landen te weigeren. Een parallelle stemming (396 tegen 226) keurde het concept van ‘veilige derde landen’ goed, wat versnelde terugkeer naar transitlanden buiten de EU mogelijk maakt.
Volgens de regels, die in juni 2026 van kracht worden, kunnen aanvragers die in Frankrijk aankomen uit landen als Bangladesh, Colombia, Egypte, India, Kosovo, Marokko of Tunesië – onder anderen – worden afgewezen als hun verzoek ‘kennelijk ongegrond’ wordt bevonden, tenzij zij individueel risico kunnen aantonen. Franse autoriteiten krijgen ook meer ruimte om aanvragers die via Servië of Albanië de EU zijn binnengekomen, bijvoorbeeld, terug te sturen, met het argument dat deze landen effectieve bescherming kunnen bieden.
Franse centrumrechtse Europarlementariërs juichen de maatregel toe als een manier om prefecturen te ontlasten, die in 2025 een recordaantal van 384.000 eerste verblijfsvergunningaanvragen te verwerken kregen. Mensenrechtenorganisaties en linkse parlementsleden waarschuwen echter dat het beleid kan leiden tot ‘ketenuitzettingen’ die in strijd zijn met het non-refoulementbeginsel, vooral als transitlanden geen degelijk asielsysteem hebben.
Voor werkgevers kan de verandering de verwerking van legitieme werkvergunningen versnellen door administratieve achterstanden te verminderen, maar het zal ook de drempel voor humanitaire overplaatsingen verhogen en gezinsherenigingsaanvragen bemoeilijken wanneer familieleden uit een nieuw aangewezen veilig land komen. Mobiliteitsteams doen er goed aan de uitvoeringsbesluiten van het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken nauwlettend te volgen en zich voor te bereiden om arbeidsmarkt- of gezinsafhankelijkheidsgronden strenger te onderbouwen.
Volgens de regels, die in juni 2026 van kracht worden, kunnen aanvragers die in Frankrijk aankomen uit landen als Bangladesh, Colombia, Egypte, India, Kosovo, Marokko of Tunesië – onder anderen – worden afgewezen als hun verzoek ‘kennelijk ongegrond’ wordt bevonden, tenzij zij individueel risico kunnen aantonen. Franse autoriteiten krijgen ook meer ruimte om aanvragers die via Servië of Albanië de EU zijn binnengekomen, bijvoorbeeld, terug te sturen, met het argument dat deze landen effectieve bescherming kunnen bieden.
Franse centrumrechtse Europarlementariërs juichen de maatregel toe als een manier om prefecturen te ontlasten, die in 2025 een recordaantal van 384.000 eerste verblijfsvergunningaanvragen te verwerken kregen. Mensenrechtenorganisaties en linkse parlementsleden waarschuwen echter dat het beleid kan leiden tot ‘ketenuitzettingen’ die in strijd zijn met het non-refoulementbeginsel, vooral als transitlanden geen degelijk asielsysteem hebben.
Voor werkgevers kan de verandering de verwerking van legitieme werkvergunningen versnellen door administratieve achterstanden te verminderen, maar het zal ook de drempel voor humanitaire overplaatsingen verhogen en gezinsherenigingsaanvragen bemoeilijken wanneer familieleden uit een nieuw aangewezen veilig land komen. Mobiliteitsteams doen er goed aan de uitvoeringsbesluiten van het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken nauwlettend te volgen en zich voor te bereiden om arbeidsmarkt- of gezinsafhankelijkheidsgronden strenger te onderbouwen.
Bron: Associated Press