
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft op 18 juni gerichte visumbeperkingen aangekondigd tegen personen die “verantwoordelijk zijn voor, of medeplichtig aan, het ondermijnen van de oplossing van de crisis in de regio Tigray in Ethiopië.” Het beleid richt zich op hardline leiders van het Tigray People’s Liberation Front (TPLF) en hun directe familieleden die de Verenigde Staten willen binnenkomen. Washington noemde de hernieuwde gevechten tussen TPLF-troepen en federale strijdkrachten als reden voor deze maatregel en waarschuwde dat betrokkenen het risico lopen de toegang tot het Amerikaanse onderwijs-, medische en zakelijke netwerk te verliezen. Hoewel exacte aantallen niet werden vrijgegeven, ontvingen consulaten wereldwijd een vertrouwelijke instructie om B-1/B-2 en immigrantenvisa te weigeren wanneer er geloofwaardig bewijs is. Voor Amerikaanse bedrijven die hun activiteiten in Addis Abeba heropbouwen of personeel met een dubbele Amerikaanse en Ethiopische nationaliteit in dienst hebben, betekent dit extra nalevingscontroles. Global mobility managers dienen assignees te screenen op mogelijke banden die kunnen leiden tot weigering op grond van Sectie 212(a)(3)(C) van de Immigration and Nationality Act. De beperkingen geven ook een bredere boodschap af: de Trump-regering zal immigratie-instrumenten inzetten om buitenlandse conflicten te beïnvloeden, een patroon dat ook zichtbaar was bij Sudan, Wit-Rusland en Gaza het afgelopen jaar. Risicoteams moeten rekening houden met aanvullende landenspecifieke reisadviezen naarmate verkiezingen en veiligheidsproblemen naderen. Mensenrechtenorganisaties verwelkomden de aankondiging, maar drongen aan op aanvullende maatregelen zoals Global Magnitsky-sancties om Amerikaanse tegoeden van aangewezen personen te bevriezen. Vooralsnog blijft het visumbeleid het snelste middel, dat kan worden aangescherpt als de gevechten weer oplaaien.
Bron: Reuters