
De Belgische minister voor Asiel en Migratie, Anneleen Van Bossuyt, reisde op 26 september 2026 af naar München voor een informeel “Munich Migration Meeting” met binnen- en migratieministers van 18 EU- en Schengenlanden. In haar openingsverklaring riep de Vlaamse minister de partners op om “een streep te trekken onder ad-hoc crisisbeheer” en snel over te gaan tot strengere controles aan de buitengrenzen, een uitgebreidere operationele taak voor het EU-grensagentschap Frontex en een resultaatgerichte terugkeerstrategie voor onregelmatige migranten.
Van Bossuyt stelde dat het nieuwe Entry/Exit System (EES) van Europa de technologische basis biedt voor strengere controles, maar alleen als de lidstaten voldoende personeel inzetten en Frontex de coördinatie van gezamenlijke terugkeeroperaties mag verzorgen. Ze riep de ministers op om het terugkeerbudget van het agentschap voor 2027 te verdubbelen en meer heraannemingsovereenkomsten te sluiten met Afrikaanse en Midden-Oosterse landen, waarbij ze de recente overeenkomst van België met Marokko als voorbeeld noemde.
De Belgische delegatie pleitte ook voor een “snelle maar rechtvaardige” asielprocedure aan de grens. Volgens het Belgische voorstel zouden aanvragers van wie de aanvraag ongegrond of niet-ontvankelijk wordt bevonden, maximaal 12 weken in beveiligde faciliteiten aan de buitengrens verblijven, waarna terugkeer met hulp van Frontex wordt georganiseerd. Belgische bedrijfsorganisaties verwelkomden de oproep tot voorspelbare regels, omdat langdurige druk op opvangcentra middelen wegneemt die anders de verwerking van werkvergunningen voor hoogopgeleide migranten zouden versnellen.
NGO’s uitten direct kritiek op het plan vanwege het risico op detentie-achtige omstandigheden en twijfelden of derde landen zouden meewerken aan grootschalige terugkeeroperaties. Van Bossuyt reageerde dat zonder geloofwaardige terugkeer de publieke steun voor legale arbeidsmigratie zou afnemen. Ze benadrukte dat België hoogopgeleide werknemers en studenten blijft toelaten, maar “binnen een systeem dat sneller ‘ja’ kan zeggen tegen wie we nodig hebben en sneller ‘nee’ tegen wie geen verblijfsrecht heeft.”
Hoewel er in München geen formele conclusies werden aangenomen, toonden verschillende deelnemers steun voor het Belgische initiatief. De zaak gaat nu naar de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in Brussel in oktober, waar het Belgische voorzitterschap in de eerste helft van 2027 het voorstel verder kan stimuleren.
Van Bossuyt stelde dat het nieuwe Entry/Exit System (EES) van Europa de technologische basis biedt voor strengere controles, maar alleen als de lidstaten voldoende personeel inzetten en Frontex de coördinatie van gezamenlijke terugkeeroperaties mag verzorgen. Ze riep de ministers op om het terugkeerbudget van het agentschap voor 2027 te verdubbelen en meer heraannemingsovereenkomsten te sluiten met Afrikaanse en Midden-Oosterse landen, waarbij ze de recente overeenkomst van België met Marokko als voorbeeld noemde.
De Belgische delegatie pleitte ook voor een “snelle maar rechtvaardige” asielprocedure aan de grens. Volgens het Belgische voorstel zouden aanvragers van wie de aanvraag ongegrond of niet-ontvankelijk wordt bevonden, maximaal 12 weken in beveiligde faciliteiten aan de buitengrens verblijven, waarna terugkeer met hulp van Frontex wordt georganiseerd. Belgische bedrijfsorganisaties verwelkomden de oproep tot voorspelbare regels, omdat langdurige druk op opvangcentra middelen wegneemt die anders de verwerking van werkvergunningen voor hoogopgeleide migranten zouden versnellen.
NGO’s uitten direct kritiek op het plan vanwege het risico op detentie-achtige omstandigheden en twijfelden of derde landen zouden meewerken aan grootschalige terugkeeroperaties. Van Bossuyt reageerde dat zonder geloofwaardige terugkeer de publieke steun voor legale arbeidsmigratie zou afnemen. Ze benadrukte dat België hoogopgeleide werknemers en studenten blijft toelaten, maar “binnen een systeem dat sneller ‘ja’ kan zeggen tegen wie we nodig hebben en sneller ‘nee’ tegen wie geen verblijfsrecht heeft.”
Hoewel er in München geen formele conclusies werden aangenomen, toonden verschillende deelnemers steun voor het Belgische initiatief. De zaak gaat nu naar de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in Brussel in oktober, waar het Belgische voorzitterschap in de eerste helft van 2027 het voorstel verder kan stimuleren.
Bron: The Brussels Times