
Het Permanente Observatorium voor Immigratie (OPI) van Spanje meldt dat op 30 september 2025 maar liefst 7.426.481 buitenlandse ingezetenen een geldige Spaanse verblijfsvergunning hadden—een jaarlijkse stijging van 4,5%. Hiervan is 54% afkomstig uit de EU, EER of het Verenigd Koninkrijk, terwijl 46% (3,4 miljoen) uit andere landen komt onder het algemene immigratieregime van Spanje.
Roemeense, Italiaanse en Britse staatsburgers vormen samen net iets meer dan de helft van alle EU-categorie ingezetenen. De snelste groei vindt echter plaats onder niet-Europese groepen die vallen onder de vernieuwde Spaanse immigratieregels, waarin flexibelere “arraigo” (wortel) trajecten zijn geïntroduceerd en de vereiste aaneengesloten verblijfsduur is teruggebracht van drie naar twee jaar. Sinds 2020 is het aantal niet-EU ingezetenen met 47% gestegen.
Ook de mobiliteit van studenten trekt sterk aan. Het aantal actieve verblijfsvergunningen voor studie bedroeg in september 56.327, een stijging van 8,6% ten opzichte van vorig jaar, met aanvragers uit Colombia, Peru, Marokko en China als koplopers. Madrid (31%) en Barcelona (20%) blijven de belangrijkste academische centra, gevolgd door Valencia (11%). Voor universiteiten die programma’s in het voorjaar aanbieden, bevestigen deze cijfers de aanhoudende vraag en benadrukken ze het belang van tijdige reservering van huisvesting en afspraken.
Voor werkgevers wijzen de gegevens op een bredere talentenpool, maar ook op mogelijke knelpunten bij de Vreemdelingenkantoren door de toenemende aantallen. HR-teams doen er goed aan de beschikbaarheid van lokale afspraken te monitoren—vooral in Madrid, waar 30% van alle studievergunninghouders woont—en te overwegen gebruik te maken van het digitale nomadenvisum van Spanje of de nieuwe “arraigo socio-formativo” route wanneer de reguliere werkvisa hun quotum bereiken.
OPI signaleert daarnaast een sterke afname van de groei in verblijfsvergunningen onder Oekraïners, wat de stabilisatie van de instroom onder de EU-richtlijn tijdelijke bescherming weerspiegelt. Deze afname kan administratieve capaciteit vrijmaken voor andere categorieën, maar officials waarschuwen dat seizoenspieken (hoogtepunten in maart, dalen in september) zullen blijven, wat een zorgvuldige planning van bedrijfsverhuizingen vereist.
Roemeense, Italiaanse en Britse staatsburgers vormen samen net iets meer dan de helft van alle EU-categorie ingezetenen. De snelste groei vindt echter plaats onder niet-Europese groepen die vallen onder de vernieuwde Spaanse immigratieregels, waarin flexibelere “arraigo” (wortel) trajecten zijn geïntroduceerd en de vereiste aaneengesloten verblijfsduur is teruggebracht van drie naar twee jaar. Sinds 2020 is het aantal niet-EU ingezetenen met 47% gestegen.
Ook de mobiliteit van studenten trekt sterk aan. Het aantal actieve verblijfsvergunningen voor studie bedroeg in september 56.327, een stijging van 8,6% ten opzichte van vorig jaar, met aanvragers uit Colombia, Peru, Marokko en China als koplopers. Madrid (31%) en Barcelona (20%) blijven de belangrijkste academische centra, gevolgd door Valencia (11%). Voor universiteiten die programma’s in het voorjaar aanbieden, bevestigen deze cijfers de aanhoudende vraag en benadrukken ze het belang van tijdige reservering van huisvesting en afspraken.
Voor werkgevers wijzen de gegevens op een bredere talentenpool, maar ook op mogelijke knelpunten bij de Vreemdelingenkantoren door de toenemende aantallen. HR-teams doen er goed aan de beschikbaarheid van lokale afspraken te monitoren—vooral in Madrid, waar 30% van alle studievergunninghouders woont—en te overwegen gebruik te maken van het digitale nomadenvisum van Spanje of de nieuwe “arraigo socio-formativo” route wanneer de reguliere werkvisa hun quotum bereiken.
OPI signaleert daarnaast een sterke afname van de groei in verblijfsvergunningen onder Oekraïners, wat de stabilisatie van de instroom onder de EU-richtlijn tijdelijke bescherming weerspiegelt. Deze afname kan administratieve capaciteit vrijmaken voor andere categorieën, maar officials waarschuwen dat seizoenspieken (hoogtepunten in maart, dalen in september) zullen blijven, wat een zorgvuldige planning van bedrijfsverhuizingen vereist.