
Het Indiase paspoort klimt gestaag, maar gestaag, op de Henley Passport Index en stijgt vijf plaatsen naar de 80e positie in de editie van 2026, die op 17 januari werd gepubliceerd. Deze nieuwe ranglijst betekent dat Indiase burgers nu toegang hebben tot 55 gebieden zonder vooraf een traditioneel visum te hoeven aanvragen—hetzij volledig visumvrij, bij aankomst, of via een elektronische reisvergunning (ETA).
Hoewel de vooruitgang in absolute zin bescheiden is, is het een belangrijke stap voor een land dat historisch gezien achterbleef bij zijn Aziatische concurrenten als het gaat om reisvrijheid.
Achter deze betere score schuilen tientallen stille bilaterale overeenkomsten die het afgelopen jaar zijn gesloten met kleine en middelgrote economieën in Afrika, de Stille Oceaan en het Caribisch gebied. Landen als Angola, Barbados en Fiji hebben Indiase reizigers visumvrij toegang gegeven, terwijl Indonesië en Qatar zijn overgestapt op visum bij aankomst. Samen zorgen deze toevoegingen ervoor dat Indiase toeristen en zakenreizigers minder tijd kwijt zijn aan papierwerk vooraf en dat kosten en onzekerheden voor mobiliteitsteams van bedrijven die kortlopende opdrachten plannen, afnemen.
Voor multinationals verandert de nieuwe ranglijst de risicoberekeningen bij het inzetten van personeel op korte termijn. Mobiliteitsmanagers kunnen Indiase leidinggevenden nu via meer derde landen laten reizen zonder doorreisvisum en kortlopende projectbezoeken met veel minder voorbereidingstijd plannen. Luchtvaartmaatschappijen en reisorganisaties, die na twee jaar van beperkte groei een opleving in uitgaande reizen zien, verwachten een toename van vrije-reistochten nu bureaucratische barrières verdwijnen.
Toch blijft de kloof met regionale concurrenten groot. Singapore staat bovenaan de index met toegang tot 192 bestemmingen, terwijl Maleisië nu weliswaar visumvrije toegang voor Indiërs toestaat, maar in veel gevallen nog steeds een eNTRI of e-visum vereist. Brancheorganisaties dringen er bij New Delhi op aan om te reageren door het eigen e-visumprogramma uit te breiden, met het argument dat soepelere regels voor inkomende reizigers de beste manier zijn om verdere versoepelingen voor uitgaande reizen te bedingen. Tot die tijd is de nieuwste ranglijst vooral een stap vooruit, maar geen revolutionaire doorbraak voor mobiliteit.
Hoewel de vooruitgang in absolute zin bescheiden is, is het een belangrijke stap voor een land dat historisch gezien achterbleef bij zijn Aziatische concurrenten als het gaat om reisvrijheid.
Achter deze betere score schuilen tientallen stille bilaterale overeenkomsten die het afgelopen jaar zijn gesloten met kleine en middelgrote economieën in Afrika, de Stille Oceaan en het Caribisch gebied. Landen als Angola, Barbados en Fiji hebben Indiase reizigers visumvrij toegang gegeven, terwijl Indonesië en Qatar zijn overgestapt op visum bij aankomst. Samen zorgen deze toevoegingen ervoor dat Indiase toeristen en zakenreizigers minder tijd kwijt zijn aan papierwerk vooraf en dat kosten en onzekerheden voor mobiliteitsteams van bedrijven die kortlopende opdrachten plannen, afnemen.
Voor multinationals verandert de nieuwe ranglijst de risicoberekeningen bij het inzetten van personeel op korte termijn. Mobiliteitsmanagers kunnen Indiase leidinggevenden nu via meer derde landen laten reizen zonder doorreisvisum en kortlopende projectbezoeken met veel minder voorbereidingstijd plannen. Luchtvaartmaatschappijen en reisorganisaties, die na twee jaar van beperkte groei een opleving in uitgaande reizen zien, verwachten een toename van vrije-reistochten nu bureaucratische barrières verdwijnen.
Toch blijft de kloof met regionale concurrenten groot. Singapore staat bovenaan de index met toegang tot 192 bestemmingen, terwijl Maleisië nu weliswaar visumvrije toegang voor Indiërs toestaat, maar in veel gevallen nog steeds een eNTRI of e-visum vereist. Brancheorganisaties dringen er bij New Delhi op aan om te reageren door het eigen e-visumprogramma uit te breiden, met het argument dat soepelere regels voor inkomende reizigers de beste manier zijn om verdere versoepelingen voor uitgaande reizen te bedingen. Tot die tijd is de nieuwste ranglijst vooral een stap vooruit, maar geen revolutionaire doorbraak voor mobiliteit.
Bron: The Economic Times