
De Tsjechische Hoge Raad voor Bestuursrecht (SAC) heeft op 6 maart 2026 een baanbrekende uitspraak gedaan die grote impact zal hebben op migratieafdelingen binnen Tsjechische bedrijven en lokale overheden. In zaak 5 Azs 258/2025-14 verwierp de SAC een beroep van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en bevestigde dat een Oekraïense student die kort het land had verlaten vóór de grootschalige Russische invasie, nog steeds in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming (TP) op EU-niveau. De uitspraak is gebaseerd op twee voorwaarden uit zowel de uitvoeringsbeslissing 2022/382 van de EU-Raad als de Tsjechische “Lex Ukrajina”-wet: (i) de aanvrager moet vóór 24 februari 2022 in Oekraïne hebben gewoond en (ii) moet na die datum door de oorlog zijn ontheemd geraakt. Rechterlijke instanties in lagere rechtbanken hadden al vastgesteld dat een kortdurende studie in het buitenland iemands “verblijf” in Oekraïne niet beëindigt en dat zelfs herhaalde vertrek door oorlogsomstandigheden als ontheemding telt. De SAC bevestigde dit en benadrukte dat tijdelijke bescherming bedoeld is als een **flexibel, humaan instrument** en niet als een strikte immigratiefilter. Voor werkgevers, universiteiten en gemeenten die ongeveer 350.000 houders van Tsjechische TP huisvesten, schept deze uitspraak duidelijkheid over studenten, grenspendelaars en anderen wiens verblijfsstatus vóór de oorlog mogelijk onduidelijk was. HR-teams kunnen nu zonder zorgen stages verlengen en contracten vernieuwen, zonder angst voor plotseling verlies van status bij deze werknemers. Juristen verwachten dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken binnen enkele weken haar interne richtlijnen zal aanpassen; tot die tijd is de uitspraak van de SAC bindend voor alle bestuursorganen. Breder gezien geeft het vonnis aan dat Praag bereid is EU-beschermingsnormen ruimhartig te interpreteren, juist nu de regering in Brussel gesprekken start over een opvolger van het huidige TP-regime na 2027. Bedrijven die afhankelijk zijn van Oekraïens talent—zoals IT-uitbesteders, toeleveranciers in de auto-industrie en zorgverleners—krijgen zo een extra planningsperspectief, terwijl Tsjechische onderhandelaars pleiten voor een pan-Europees overgangsmechanisme.