
Het Grondwettelijk Hof van België heeft mogelijk delen van de geplande asielhervorming voor 2025 bevroren, maar de federale regering noemt de uitspraak slechts een procedurele hapering. Op 26 februari schortte het hof bepalingen op die autoriteiten zouden toestaan om onderdak te weigeren aan mensen die al bescherming genieten in een andere EU-lidstaat, in afwachting van een advies van het Europees Hof van Justitie. In een verklaring van 7 april bevestigde Asiel- en Migratieminister Anneleen Van Bossuyt dat “niets in het arrest ons streven naar het strengste migratiebeleid ooit ondermijnt.”
De kern van de zaak is of België materiële opvang kan weigeren aan asielzoekers die via secundaire migratie binnenkomen. EU-richtlijn 2013/33 somt beperkte gronden op om steun te verminderen, en het hof wil dat de Luxemburgse rechters verduidelijken of de nieuwe Belgische regel hiermee in overeenstemming is. Tot die tijd ligt de maatregel stil, maar de rest van het migratiepakket – waaronder kortere beroepsmogelijkheden en strengere criteria voor gezinshereniging – blijft van kracht.
In de praktijk zijn de opvangcentra van Fedasil nog steeds overbezet; meer dan 3.000 erkende vluchtelingen verblijven in opvangplaatsen die bedoeld zijn voor nieuwe aanmeldingen, waardoor er minder bedden beschikbaar zijn voor nieuwe asielzoekers. NGO’s waarschuwen dat zonder de opgeschorte maatregel dakloosheid op straat zal toenemen, wat leidt tot ad-hoc hotelboekingen die de federale begroting al zo’n 2 miljoen euro extra per maand kosten.
Voor werkgevers is de boodschap duidelijk: wees alert op naleving. Werknemers die binnenkomen met humanitaire visa of als gezinsleden moeten een duidelijk verblijfsrecht kunnen aantonen, en verhuizers moeten rekening houden met langere verwerkingstijden doordat dossierbehandelaars nieuwe EU-documentatie moeten verwerken.
Deze juridische kwestie loopt parallel met de versnelde wetgeving in België om het EU-pact over migratie en asiel te implementeren, dat vanaf juni 2026 van kracht wordt. Dit wijst erop dat een versoepeling op nationaal niveau onwaarschijnlijk is. Mocht het EU-hof Brussel in het gelijk stellen, dan zouden andere lidstaten het Belgische model voor opvangbeperkingen kunnen overnemen; zo niet, dan kunnen werkgevers eind 2026 een beleidswijziging en mogelijk stabielere asielopvang verwachten.
De kern van de zaak is of België materiële opvang kan weigeren aan asielzoekers die via secundaire migratie binnenkomen. EU-richtlijn 2013/33 somt beperkte gronden op om steun te verminderen, en het hof wil dat de Luxemburgse rechters verduidelijken of de nieuwe Belgische regel hiermee in overeenstemming is. Tot die tijd ligt de maatregel stil, maar de rest van het migratiepakket – waaronder kortere beroepsmogelijkheden en strengere criteria voor gezinshereniging – blijft van kracht.
In de praktijk zijn de opvangcentra van Fedasil nog steeds overbezet; meer dan 3.000 erkende vluchtelingen verblijven in opvangplaatsen die bedoeld zijn voor nieuwe aanmeldingen, waardoor er minder bedden beschikbaar zijn voor nieuwe asielzoekers. NGO’s waarschuwen dat zonder de opgeschorte maatregel dakloosheid op straat zal toenemen, wat leidt tot ad-hoc hotelboekingen die de federale begroting al zo’n 2 miljoen euro extra per maand kosten.
Voor werkgevers is de boodschap duidelijk: wees alert op naleving. Werknemers die binnenkomen met humanitaire visa of als gezinsleden moeten een duidelijk verblijfsrecht kunnen aantonen, en verhuizers moeten rekening houden met langere verwerkingstijden doordat dossierbehandelaars nieuwe EU-documentatie moeten verwerken.
Deze juridische kwestie loopt parallel met de versnelde wetgeving in België om het EU-pact over migratie en asiel te implementeren, dat vanaf juni 2026 van kracht wordt. Dit wijst erop dat een versoepeling op nationaal niveau onwaarschijnlijk is. Mocht het EU-hof Brussel in het gelijk stellen, dan zouden andere lidstaten het Belgische model voor opvangbeperkingen kunnen overnemen; zo niet, dan kunnen werkgevers eind 2026 een beleidswijziging en mogelijk stabielere asielopvang verwachten.