
Het vijfde Schengen-rapport van de Europese Commissie, gepubliceerd op 18 mei 2026, toont aan dat het nieuwe Entry/Exit System (EES) in de eerste zes maanden van gefaseerde werking al 32.000 onderdanen van derde landen de toegang heeft geweigerd. Meer dan 66 miljoen reizigers werden biometrisch geregistreerd en er werden 800 veiligheidsmeldingen gemeld binnen de hele EU. Commissie-vicevoorzitter Henna Virkkunen prees deze cijfers als bewijs dat technologie de vrije beweging kan beschermen.
Toch wijst het rapport zes lidstaten aan – waaronder Oostenrijk – die nog steeds systematische controles uitvoeren aan interne landgrenzen, sommige al meer dan tien jaar. Brussel benadrukte dat dergelijke maatregelen uitzonderlijk moeten blijven en nodigde Wenen uit om “minder ingrijpende alternatieven” te onderzoeken, zoals gerichte politiecontroles en realtime gegevensuitwisseling. Oostenrijk handhaaft momenteel paspoortcontroles aan de grenzen met Hongarije, Slovenië, Tsjechië en Slowakije, vanwege smokkelnetwerken en secundaire migratie.
Zakelijke reizigers ondervinden doorgaans slechts lichte vertragingen, maar transportbedrijven klagen over extra kosten door overuren van chauffeurs en boetes voor just-in-time leveringen. De waarschuwing van de Commissie maakt het mogelijk dat Oostenrijk verlengingen strenger moet onderbouwen, anders dreigen inbreukprocedures.
Vanuit het oogpunt van bedrijfsmobiliteit zijn de bevindingen dubbel: enerzijds belooft het EES snellere, geautomatiseerde doorgang voor reizigers die aan de regels voldoen; anderzijds moeten werkgevers ervoor zorgen dat medewerkers uit visumvrije landen de Schengenregel van 90 dagen binnen 180 dagen respecteren, die nu automatisch wordt gehandhaafd via exit-scans. Bedrijven doen er goed aan reisgeschiedenissen te controleren en HR-systemen bij te werken om afwezigheden nauwkeurig vast te leggen.
De Commissie zal de meldingen over interne grenscontroles opnieuw beoordelen in oktober 2026. Oostenrijkse beleidsmakers hebben nog geen aanwijzingen gegeven om de controles eerder af te bouwen, maar de druk neemt toe nu buurland Duitsland een gefaseerde afschaffing in 2027 aankondigt.
Toch wijst het rapport zes lidstaten aan – waaronder Oostenrijk – die nog steeds systematische controles uitvoeren aan interne landgrenzen, sommige al meer dan tien jaar. Brussel benadrukte dat dergelijke maatregelen uitzonderlijk moeten blijven en nodigde Wenen uit om “minder ingrijpende alternatieven” te onderzoeken, zoals gerichte politiecontroles en realtime gegevensuitwisseling. Oostenrijk handhaaft momenteel paspoortcontroles aan de grenzen met Hongarije, Slovenië, Tsjechië en Slowakije, vanwege smokkelnetwerken en secundaire migratie.
Zakelijke reizigers ondervinden doorgaans slechts lichte vertragingen, maar transportbedrijven klagen over extra kosten door overuren van chauffeurs en boetes voor just-in-time leveringen. De waarschuwing van de Commissie maakt het mogelijk dat Oostenrijk verlengingen strenger moet onderbouwen, anders dreigen inbreukprocedures.
Vanuit het oogpunt van bedrijfsmobiliteit zijn de bevindingen dubbel: enerzijds belooft het EES snellere, geautomatiseerde doorgang voor reizigers die aan de regels voldoen; anderzijds moeten werkgevers ervoor zorgen dat medewerkers uit visumvrije landen de Schengenregel van 90 dagen binnen 180 dagen respecteren, die nu automatisch wordt gehandhaafd via exit-scans. Bedrijven doen er goed aan reisgeschiedenissen te controleren en HR-systemen bij te werken om afwezigheden nauwkeurig vast te leggen.
De Commissie zal de meldingen over interne grenscontroles opnieuw beoordelen in oktober 2026. Oostenrijkse beleidsmakers hebben nog geen aanwijzingen gegeven om de controles eerder af te bouwen, maar de druk neemt toe nu buurland Duitsland een gefaseerde afschaffing in 2027 aankondigt.
Bron: Europa Press