
In een interview met de Funke-mediagroep op 23 mei verklaarde minister van Binnenlandse Zaken Alexander Dobrindt (CSU) dat hij streeft naar afspraken vóór 2026 voor door de EU gesteunde “terugkeercentra” in derde landen. Deze centra, gebaseerd op voorstellen van Denemarken en het Verenigd Koninkrijk, zouden migranten huisvesten van wie de asielaanvragen zijn afgewezen of als niet-ontvankelijk worden beschouwd, zelfs als hun land van herkomst weigert hen terug te nemen. Dobrindt bevestigde gesprekken met Denemarken, Nederland, Oostenrijk en Griekenland, evenals met mogelijke gastlanden buiten Europa. Hij stelde dat de centra moeten laten zien dat aankomst in Duitsland niet automatisch recht op verblijf betekent, en beloofde het aantal uitzettingen te verhogen, ook naar Syrië en Afghanistan voor bepaalde groepen zoals criminele delinquenten.
Deze uitspraken komen te midden van een fel binnenlands debat. Parlementaire moties van de Groenen en Die Linke om pushbacks aan interne grenzen af te schaffen, werden eerder deze maand verworpen, en rechtbanken hebben de wettigheid van langdurige Schengen-grenscontroles ter discussie gesteld. NGO’s waarschuwen dat verwerking buiten de EU het non-refoulement-beginsel kan schenden, terwijl bedrijfsorganisaties vrezen dat een verslechterd politiek klimaat het tekort aan geschoolde arbeidskrachten kan verergeren.
Voor teams die zich bezighouden met wereldwijde mobiliteit is de belangrijkste conclusie dat er mogelijk meer schommelingen komen in uitzettings- en vrijwillige terugkeerprogramma’s. Bedrijven die werknemers uit derde landen in dienst hebben van wie de asielaanvraag wordt afgewezen, kunnen plotseling geconfronteerd worden met intrekkingen van werkvergunningen. Adviseurs raden aan om noodplannen te maken, waaronder het onderzoeken van verblijfsvergunningen voor hoogopgeleide werknemers waar mogelijk.
Op EU-niveau sluit het voorstel aan bij het nieuwe Asiel- en Migratiepact dat in juni 2026 in werking treedt en gezamenlijke verwerking aan de buitengrenzen mogelijk maakt. Of Duitsland tegen december bereidwillige partnerlanden kan vinden en kan voldoen aan mensenrechtennormen, is nog onzeker, maar het initiatief wijst op een strengere handhavingslijn die mobiliteitsmanagers nauwlettend in de gaten moeten houden.
Deze uitspraken komen te midden van een fel binnenlands debat. Parlementaire moties van de Groenen en Die Linke om pushbacks aan interne grenzen af te schaffen, werden eerder deze maand verworpen, en rechtbanken hebben de wettigheid van langdurige Schengen-grenscontroles ter discussie gesteld. NGO’s waarschuwen dat verwerking buiten de EU het non-refoulement-beginsel kan schenden, terwijl bedrijfsorganisaties vrezen dat een verslechterd politiek klimaat het tekort aan geschoolde arbeidskrachten kan verergeren.
Voor teams die zich bezighouden met wereldwijde mobiliteit is de belangrijkste conclusie dat er mogelijk meer schommelingen komen in uitzettings- en vrijwillige terugkeerprogramma’s. Bedrijven die werknemers uit derde landen in dienst hebben van wie de asielaanvraag wordt afgewezen, kunnen plotseling geconfronteerd worden met intrekkingen van werkvergunningen. Adviseurs raden aan om noodplannen te maken, waaronder het onderzoeken van verblijfsvergunningen voor hoogopgeleide werknemers waar mogelijk.
Op EU-niveau sluit het voorstel aan bij het nieuwe Asiel- en Migratiepact dat in juni 2026 in werking treedt en gezamenlijke verwerking aan de buitengrenzen mogelijk maakt. Of Duitsland tegen december bereidwillige partnerlanden kan vinden en kan voldoen aan mensenrechtennormen, is nog onzeker, maar het initiatief wijst op een strengere handhavingslijn die mobiliteitsmanagers nauwlettend in de gaten moeten houden.
Bron: DIE ZEIT