
De Europese Commissie herinnerde op 29 januari de Spaanse conservatieve Partido Popular en extreemrechtse Vox eraan dat nationale regeringen de exclusieve bevoegdheid hebben om migranten die al op hun grondgebied verblijven te regulariseren. In reactie op formele vragen van beide partijen verklaarde EU-migratiecommissaris Magnus Brunner dat Brussel ‘geen juridische grondslag’ heeft om de voorgenomen legalisatie van ongeveer 500.000 ongedocumenteerde inwoners in Spanje te blokkeren.
Deze verduidelijking ondermijnt de plannen van de oppositie om andere lidstaten te mobiliseren tegen het decreet van premier Pedro Sánchez. De PP stelt dat een massale amnestie de veiligheid binnen Schengen kan ondermijnen en de sociale diensten kan belasten, terwijl Vox de maatregel bestempelt als een ‘bedreiging voor de openbare orde’. Beide partijen hadden de Commissie en de Europese Raad om tussenkomst gevraagd.
Juridische experts wijzen erop dat EU-migratierichtlijnen de regularisatie volledig overlaten aan de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten, mits de begunstigden geen veiligheidsrisico vormen. Spanje voerde voor het laatst een grootschalige amnestie uit in 2005, Italië volgde tijdens de pandemie in 2020. Geen van beide leidde tot inbreukprocedures.
Voor bedrijven die intra-EU-opdrachten beheren, vermindert de verklaring van de Commissie het regelgevingsrisico: zodra Spanje verblijfskaarten uitgeeft, genieten houders vrij verkeer binnen Schengen, met inachtneming van de 90/180-dagenregel in andere lidstaten. Mobiliteitsteams kunnen daarom rekening houden met eenvoudiger kortetermijnreizen voor nieuw geregulariseerde werknemers later in 2026.
De politieke discussie zal echter waarschijnlijk voortduren. PP-Europarlementariërs geven aan te zullen pleiten voor strengere EU-terugkeerbeleid, terwijl Vox zich inzet tegen elke toekomstige uitbreiding van vrijverkeersrechten. Bedrijven doen er goed aan de parlementaire debatten te volgen op mogelijke wijzigingen in de Spaanse Vreemdelingenwet die op het decreet kunnen volgen.
Deze verduidelijking ondermijnt de plannen van de oppositie om andere lidstaten te mobiliseren tegen het decreet van premier Pedro Sánchez. De PP stelt dat een massale amnestie de veiligheid binnen Schengen kan ondermijnen en de sociale diensten kan belasten, terwijl Vox de maatregel bestempelt als een ‘bedreiging voor de openbare orde’. Beide partijen hadden de Commissie en de Europese Raad om tussenkomst gevraagd.
Juridische experts wijzen erop dat EU-migratierichtlijnen de regularisatie volledig overlaten aan de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten, mits de begunstigden geen veiligheidsrisico vormen. Spanje voerde voor het laatst een grootschalige amnestie uit in 2005, Italië volgde tijdens de pandemie in 2020. Geen van beide leidde tot inbreukprocedures.
Voor bedrijven die intra-EU-opdrachten beheren, vermindert de verklaring van de Commissie het regelgevingsrisico: zodra Spanje verblijfskaarten uitgeeft, genieten houders vrij verkeer binnen Schengen, met inachtneming van de 90/180-dagenregel in andere lidstaten. Mobiliteitsteams kunnen daarom rekening houden met eenvoudiger kortetermijnreizen voor nieuw geregulariseerde werknemers later in 2026.
De politieke discussie zal echter waarschijnlijk voortduren. PP-Europarlementariërs geven aan te zullen pleiten voor strengere EU-terugkeerbeleid, terwijl Vox zich inzet tegen elke toekomstige uitbreiding van vrijverkeersrechten. Bedrijven doen er goed aan de parlementaire debatten te volgen op mogelijke wijzigingen in de Spaanse Vreemdelingenwet die op het decreet kunnen volgen.
Bron: El País