
De Belgische federale procureur Frédéric Van Leeuw heeft een strafklacht van vier asielzoekersgezinnen tegen minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt verworpen. De gezinnen stelden dat de richtlijn van de minister voor 2025—die opvang in centra beëindigt voor vluchtelingen die al in een andere EU-lidstaat erkend zijn—neerkwam op onmenselijke behandeling.
Van Leeuw oordeelde op 6 februari dat het asielbeleid een collectieve regeringsbeslissing is en dat er geen individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid kan worden vastgesteld. Deze uitspraak bespaart de N-VA-politica een mogelijk langdurige rechtszaak, maar zal de kritiek van ngo’s waarschijnlijk niet doen verstommen. Die verwijten België de EU-regels voor opvangvoorwaarden te schenden door erkende vluchtelingen zonder onderdak te laten.
De zaak illustreert de juridische balans die België probeert te bewaren: het wil zogenoemde “secundaire migratie” ontmoedigen, maar tegelijk vermijden dat Brussel een inbreukprocedure start. In december noteerde België het hoogste aantal asielaanvragen in tien jaar, terwijl de coalitie werkt aan wat zij noemt de “strengste migratiewet ooit,” met onder meer hogere inkomenseisen voor gezinshereniging.
Voor werkgevers die werkvergunningen of gecombineerde vergunningen aanvragen, betekent de beslissing dat het huidige beleid—waarbij eerst-aanvragers voorrang krijgen boven erkende vluchtelingen—onveranderd blijft. Bedrijven moeten rekening houden met aanhoudende vertragingen in de verwerking en aan overplaatsingen adviseren om zelf huisvesting te regelen in plaats van te vertrouwen op staatsopvang.
Van Leeuw oordeelde op 6 februari dat het asielbeleid een collectieve regeringsbeslissing is en dat er geen individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid kan worden vastgesteld. Deze uitspraak bespaart de N-VA-politica een mogelijk langdurige rechtszaak, maar zal de kritiek van ngo’s waarschijnlijk niet doen verstommen. Die verwijten België de EU-regels voor opvangvoorwaarden te schenden door erkende vluchtelingen zonder onderdak te laten.
De zaak illustreert de juridische balans die België probeert te bewaren: het wil zogenoemde “secundaire migratie” ontmoedigen, maar tegelijk vermijden dat Brussel een inbreukprocedure start. In december noteerde België het hoogste aantal asielaanvragen in tien jaar, terwijl de coalitie werkt aan wat zij noemt de “strengste migratiewet ooit,” met onder meer hogere inkomenseisen voor gezinshereniging.
Voor werkgevers die werkvergunningen of gecombineerde vergunningen aanvragen, betekent de beslissing dat het huidige beleid—waarbij eerst-aanvragers voorrang krijgen boven erkende vluchtelingen—onveranderd blijft. Bedrijven moeten rekening houden met aanhoudende vertragingen in de verwerking en aan overplaatsingen adviseren om zelf huisvesting te regelen in plaats van te vertrouwen op staatsopvang.
Bron: The Brussels Times