
In een spoedmelding van 4 februari bevestigde KPMG dat de Vlaamse overheid haar beslissing uit 2018 over de tewerkstelling van buitenlandse werknemers heeft herzien. De meeste bepalingen zijn sinds 1 januari 2026 van kracht, maar werkgevers beginnen nu pas de details te verwerken nu de regionale autoriteiten uitvoeringsrichtlijnen uitrollen.
Belangrijke wijzigingen zijn onder meer een striktere definitie van ‘hooggeschoold’: functies moeten aantoonbaar een diploma hoger onderwijs vereisen, en ambtenaren kunnen diplomatische certificering van dat diploma eisen. Het aparte traject voor middelbaar geschoolde beroepen is ingeperkt doordat de jaarlijkse lijst van knelpuntberoepen is teruggebracht van 34 naar 26 functies, wat het voor horecazaken en logistieke bedrijven moeilijker maakt om niet-EU-personeel te sponsoren.
De meest opvallende nieuwigheid is wellicht een ‘vergoeding’ van €250 die bedrijven vanaf het tweede kwartaal van 2026 moeten betalen bij elke aanvraag van een Single Permit. Bij het ontbreken van een betalingsbewijs worden dossiers zonder terugbetaling gesloten. Multinationals met grote roterende personeelsgroepen vrezen forse kostenstijgingen in hun mobiliteitsbudgetten en dringen aan op een online mogelijkheid voor collectieve betalingen.
Het besluit introduceert ook een vermoeden dat werkgevers waarvan meer dan 80 procent van het Belgische personeel op tijdelijke vergunningen uit niet-EU-landen komt, mogelijk geen nieuwe vergunningen meer krijgen. Immigratieadvocaten waarschuwen dat deze regel IT-uitbestedingsmodellen kan verstoren die afhankelijk zijn van projectmatig ingehuurde Indiase en Turkse medewerkers.
De hervormingen in Vlaanderen komen bovenop de Brusselse regio, die overstapt op maandelijkse salarisdrempels, en Wallonië, dat de jaarlijkse bedragen indexeert, waardoor het Belgische kluwen aan regionale regels complexer is dan ooit. Leiders in wereldwijde mobiliteit brengen hun opdrachtportefeuilles in kaart om te bepalen of projecten tijdelijk naar Brussel of Nederland kunnen worden verplaatst, totdat de verwerkingstijden in Vlaanderen en de nieuwe knelpuntlijst stabiel zijn.
Belangrijke wijzigingen zijn onder meer een striktere definitie van ‘hooggeschoold’: functies moeten aantoonbaar een diploma hoger onderwijs vereisen, en ambtenaren kunnen diplomatische certificering van dat diploma eisen. Het aparte traject voor middelbaar geschoolde beroepen is ingeperkt doordat de jaarlijkse lijst van knelpuntberoepen is teruggebracht van 34 naar 26 functies, wat het voor horecazaken en logistieke bedrijven moeilijker maakt om niet-EU-personeel te sponsoren.
De meest opvallende nieuwigheid is wellicht een ‘vergoeding’ van €250 die bedrijven vanaf het tweede kwartaal van 2026 moeten betalen bij elke aanvraag van een Single Permit. Bij het ontbreken van een betalingsbewijs worden dossiers zonder terugbetaling gesloten. Multinationals met grote roterende personeelsgroepen vrezen forse kostenstijgingen in hun mobiliteitsbudgetten en dringen aan op een online mogelijkheid voor collectieve betalingen.
Het besluit introduceert ook een vermoeden dat werkgevers waarvan meer dan 80 procent van het Belgische personeel op tijdelijke vergunningen uit niet-EU-landen komt, mogelijk geen nieuwe vergunningen meer krijgen. Immigratieadvocaten waarschuwen dat deze regel IT-uitbestedingsmodellen kan verstoren die afhankelijk zijn van projectmatig ingehuurde Indiase en Turkse medewerkers.
De hervormingen in Vlaanderen komen bovenop de Brusselse regio, die overstapt op maandelijkse salarisdrempels, en Wallonië, dat de jaarlijkse bedragen indexeert, waardoor het Belgische kluwen aan regionale regels complexer is dan ooit. Leiders in wereldwijde mobiliteit brengen hun opdrachtportefeuilles in kaart om te bepalen of projecten tijdelijk naar Brussel of Nederland kunnen worden verplaatst, totdat de verwerkingstijden in Vlaanderen en de nieuwe knelpuntlijst stabiel zijn.