
Op 10 februari 2026 stemden de leden van het Europees Parlement in met twee onderling verbonden verordeningen die de manier waarop België – en alle andere EU-lidstaten – asielaanvragen behandelen ingrijpend zullen veranderen. De eerste verordening stelt de allereerste EU-lijst op van “veilige herkomstlanden”. Bangladesh, Colombia, Egypte, India, Kosovo, Marokko en Tunesië behoren tot de landen die nu worden beschouwd als landen die voldoende mensenrechtenbescherming bieden. Een bijbehorende tekst stelt criteria vast voor het aanwijzen van een “veilig derde land”, waardoor autoriteiten asielzoekers kunnen doorverwijzen naar landen waar ze alleen maar doorheen zijn gereisd op weg naar Europa.
Voor het Belgische Immigratiekantoor, dat vorig jaar meer dan 39.000 beschermingsaanvragen behandelde, is deze verandering ingrijpend. Aanvragen van staatsburgers uit een vermeld “veilig” land kunnen via versnelde procedures worden afgehandeld die soms slechts tien dagen duren, wat de tijd die aanvragers in België kunnen verblijven terwijl hun dossier wordt onderzocht drastisch verkort. Het nieuwe kader geeft België ook juridische gronden om opvang- en uitkeringsrechten te weigeren of te beperken voor aanvragers die elders asiel hadden kunnen aanvragen.
Voorstanders binnen de Belgische regering stellen dat de versnelde screening de chronische druk op het Fedasil-opvangnetwerk zal verlichten, waar de bezettingsgraad vaak boven de 90% ligt. Ze beweren ook dat kortere procedures secundaire verplaatsingen binnen de EU ontmoedigen en middelen vrijmaken voor mensen met echte beschermingsbehoeften. De liberale MR-partij heeft de stemming al verwelkomd en noemt het “een broodnodig instrument om het geloof in het Europese asielstelsel te herstellen”.
Mensenrechtenorganisaties en verschillende Franstalige partijen waarschuwen echter dat het begrip “veiligheid” politiek rekbaar is. Critici wijzen erop dat sommige vermelde landen homoseksualiteit criminaliseren of te maken hebben met periodieke onrust, wat het risico op onterechte terugkeer vergroot. NGO’s in Brussel vrezen dat de Belgische rechtbanken overspoeld zullen worden met last-minute beroepen, wat de administratieve voordelen mogelijk tenietdoet.
De verordeningen treden in juni 2026 in werking, waardoor de Belgische ministeries minder dan vier maanden hebben om de nationale wetgeving aan te passen, dossierbehandelaars te trainen en IT-systemen te updaten. Managers van internationale mobiliteit doen er goed aan medewerkers voor te bereiden op strengere documentcontroles, vooral degenen met paspoorten uit de nieuw vermelde “veilige” landen. Werkgevers kunnen hun getroffen personeel adviseren om tijdig werkvergunningen of bedrijfsverplaatsingen aan te vragen die recht geven op een langverblijfsvisum D, zodat ze de kortverblijfs-asielroute kunnen vermijden.
Voor het Belgische Immigratiekantoor, dat vorig jaar meer dan 39.000 beschermingsaanvragen behandelde, is deze verandering ingrijpend. Aanvragen van staatsburgers uit een vermeld “veilig” land kunnen via versnelde procedures worden afgehandeld die soms slechts tien dagen duren, wat de tijd die aanvragers in België kunnen verblijven terwijl hun dossier wordt onderzocht drastisch verkort. Het nieuwe kader geeft België ook juridische gronden om opvang- en uitkeringsrechten te weigeren of te beperken voor aanvragers die elders asiel hadden kunnen aanvragen.
Voorstanders binnen de Belgische regering stellen dat de versnelde screening de chronische druk op het Fedasil-opvangnetwerk zal verlichten, waar de bezettingsgraad vaak boven de 90% ligt. Ze beweren ook dat kortere procedures secundaire verplaatsingen binnen de EU ontmoedigen en middelen vrijmaken voor mensen met echte beschermingsbehoeften. De liberale MR-partij heeft de stemming al verwelkomd en noemt het “een broodnodig instrument om het geloof in het Europese asielstelsel te herstellen”.
Mensenrechtenorganisaties en verschillende Franstalige partijen waarschuwen echter dat het begrip “veiligheid” politiek rekbaar is. Critici wijzen erop dat sommige vermelde landen homoseksualiteit criminaliseren of te maken hebben met periodieke onrust, wat het risico op onterechte terugkeer vergroot. NGO’s in Brussel vrezen dat de Belgische rechtbanken overspoeld zullen worden met last-minute beroepen, wat de administratieve voordelen mogelijk tenietdoet.
De verordeningen treden in juni 2026 in werking, waardoor de Belgische ministeries minder dan vier maanden hebben om de nationale wetgeving aan te passen, dossierbehandelaars te trainen en IT-systemen te updaten. Managers van internationale mobiliteit doen er goed aan medewerkers voor te bereiden op strengere documentcontroles, vooral degenen met paspoorten uit de nieuw vermelde “veilige” landen. Werkgevers kunnen hun getroffen personeel adviseren om tijdig werkvergunningen of bedrijfsverplaatsingen aan te vragen die recht geven op een langverblijfsvisum D, zodat ze de kortverblijfs-asielroute kunnen vermijden.
Bron: Associated Press