
Bijna vier jaar na de grootschalige invasie van Rusland heeft België een symbolische mijlpaal bereikt: meer dan 100.000 mensen die de oorlog in Oekraïne ontvluchten, hebben nu een tijdelijke beschermingsstatus gekregen. Uit gegevens van de Belgische Dienst Vreemdelingenzaken, gepubliceerd op 18 februari 2026, blijkt dat tussen maart 2022 en januari 2026 in totaal 101.536 verblijfskaarten zijn uitgegeven, waarmee Oekraïners de grootste groep nieuw aangekomen niet-EU-burgers in het land vormen.
Volgens de EU-richtlijn tijdelijke bescherming hebben deze personen het recht om te wonen en te werken zonder de gebruikelijke asielprocedure te doorlopen. Belgische gemeenten hebben zich ingespannen om onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting te bieden – aanvankelijk via gastgezinnen, maar steeds meer via staatsvoorzieningen nu de capaciteit van vrijwilligers afneemt. Wallonië waarschuwde onlangs dat de budgetten voor opvang ‘hun limiet naderen’, terwijl Vlaanderen het aanbod van taal- en integratiecursussen uitbreidt om aan de vraag te voldoen.
Voor werkgevers is het programma zowel een uitkomst als een uitdaging. Uitzendbureaus melden dat Oekraïners de chronische tekorten in logistiek, voedselverwerking en de zorg helpen opvangen, maar taalbarrières en een gebrek aan kinderopvang beperken de volledige arbeidsmarktdeelname, die wordt geschat op net geen 40%. Sommige multinationals bieden daarom versnelde Nederlandse of Franse taallessen op locatie aan om gekwalificeerde vluchtelingen te behouden, die anders mogelijk zouden vertrekken naar landen met grotere diaspora’s, zoals Duitsland of Polen.
De EU heeft de richtlijn al verlengd tot 4 maart 2027, wat de begunstigden nog een jaar juridische zekerheid geeft. Belgische HR-teams doen er daarom goed aan tijdelijke beschermingshouders mee te nemen in hun middellange termijn personeelsplanning, maar alert te blijven op het mogelijke einde van de richtlijn. Immigratieadvocaten verwachten dat Brussel begin 2027 een overgangsregeling presenteert, mogelijk met een route naar reguliere werkvergunningen voor wie al aan het werk is.
Gemeenten lobbyen ondertussen bij de federale overheid voor extra subsidies om de stijgende kosten van sociale diensten te dekken. Zonder nieuwe financiering waarschuwen stedelijke centra zoals Anderlecht en Schaarbeek voor langere wachttijden bij de verlenging van verblijfsvergunningen en identiteitskaarten, wat op zijn beurt de indiensttreding van nieuwe werknemers kan vertragen.
Volgens de EU-richtlijn tijdelijke bescherming hebben deze personen het recht om te wonen en te werken zonder de gebruikelijke asielprocedure te doorlopen. Belgische gemeenten hebben zich ingespannen om onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting te bieden – aanvankelijk via gastgezinnen, maar steeds meer via staatsvoorzieningen nu de capaciteit van vrijwilligers afneemt. Wallonië waarschuwde onlangs dat de budgetten voor opvang ‘hun limiet naderen’, terwijl Vlaanderen het aanbod van taal- en integratiecursussen uitbreidt om aan de vraag te voldoen.
Voor werkgevers is het programma zowel een uitkomst als een uitdaging. Uitzendbureaus melden dat Oekraïners de chronische tekorten in logistiek, voedselverwerking en de zorg helpen opvangen, maar taalbarrières en een gebrek aan kinderopvang beperken de volledige arbeidsmarktdeelname, die wordt geschat op net geen 40%. Sommige multinationals bieden daarom versnelde Nederlandse of Franse taallessen op locatie aan om gekwalificeerde vluchtelingen te behouden, die anders mogelijk zouden vertrekken naar landen met grotere diaspora’s, zoals Duitsland of Polen.
De EU heeft de richtlijn al verlengd tot 4 maart 2027, wat de begunstigden nog een jaar juridische zekerheid geeft. Belgische HR-teams doen er daarom goed aan tijdelijke beschermingshouders mee te nemen in hun middellange termijn personeelsplanning, maar alert te blijven op het mogelijke einde van de richtlijn. Immigratieadvocaten verwachten dat Brussel begin 2027 een overgangsregeling presenteert, mogelijk met een route naar reguliere werkvergunningen voor wie al aan het werk is.
Gemeenten lobbyen ondertussen bij de federale overheid voor extra subsidies om de stijgende kosten van sociale diensten te dekken. Zonder nieuwe financiering waarschuwen stedelijke centra zoals Anderlecht en Schaarbeek voor langere wachttijden bij de verlenging van verblijfsvergunningen en identiteitskaarten, wat op zijn beurt de indiensttreding van nieuwe werknemers kan vertragen.
Bron: Belga News Agency