
De olievlek van de stijgende olieprijzen heeft nu ook de luchtvaart in Brazilië bereikt. Uit een onderzoek van de Nationale Burgerluchtvaartautoriteit (Anac) blijkt dat de drie grootste luchtvaartmaatschappijen van het land in mei 2.015 vluchten hebben geschrapt, nadat Petrobras op 1 april de prijs van vliegtuigkerosine (QAV) met 54% verhoogde. Deze vermindering komt neer op bijna 10.000 stoelen per dag en verlaagt het totale binnenlandse aanbod met 2,9%. De zwaarst getroffen staten zijn Amazonas (-17,5% vluchten), Pernambuco (-10,5%), Goiás (-9,3%), Pará (-9%) en Paraíba (-8,9%). Voor zakelijke reizigers betekent dit extra tussenstops, duurdere tickets en een groter risico op overboeking op regionale routes. Volgens reisbureau OnFly zijn de Y-tarieven sinds de aankondiging gemiddeld met 14% gestegen. Abear en Abracorp dringen bij de overheid aan op noodmaatregelen, zoals vrijstelling van PIS/Cofins op brandstof en uitstel van luchthaventarieven. Het Ministerie van Havens en Luchthavens overweegt krediet via het Nationaal Fonds voor Burgerluchtvaart, maar sluit directe subsidies uit. Dit speelt vlak voor het zomervakantieseizoen in juli, wanneer de passagiersvraag doorgaans met 18% stijgt. Voor zakelijke mobiliteitsprogramma’s adviseren experts om reserveringen te vervroegen, flexibeler om te gaan met wijzigingsbeleid en alternatieve landroutes te onderzoeken voor trajecten tot 600 km. Expats die afhankelijk zijn van regionale vluchten tussen fabrieken moeten hun logistieke SLA’s herzien om contractuele boetes bij vertraging te voorkomen. Mocht de olieprijs blijven stijgen en op 1 mei een nieuwe verhoging van maximaal 20% worden doorgevoerd, dan wordt een extra krimp van 5% in het aanbod verwacht, wat de investeringsdoelen in Noord- en Noordoost-Brazilië, die afhankelijk zijn van luchtverbindingen, in gevaar kan brengen.
Bron: Rádio Itatiaia