
Nieuwe cijfers van Eurostat tonen aan dat de EU-lidstaten in 2025 bescherming verleenden aan 361.325 asielzoekers, een daling van 18 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Hoewel het totaal aantal goedkeuringen afnam, steeg het aandeel humanitaire verblijfsstatussen naar 25 procent, wat wijst op een toenemend gebruik van nationale regelingen buiten het klassieke Vluchtelingenverdrag van Genève. Voor België, dat vorig jaar ongeveer 32.000 asielaanvragen behandelde, is deze ontwikkeling belangrijk. Een humanitaire verblijfsstatus geeft doorgaans minder bewegingsvrijheid dan een vluchtelingenstatus: de begunstigden krijgen een eenjarige, verlengbare verblijfsvergunning in plaats van vijf jaar en kunnen te maken krijgen met strengere regels voor gezinshereniging. Werkgevers die kandidaten met deze status overwegen, moeten daarom rekening houden met vaker terugkerende verlengingsaanvragen en mogelijke beperkingen bij reisdocumenten. De gegevens benadrukken ook het aanhoudende probleem van achterstanden. In de EU lag het gemiddelde erkenningspercentage bij de eerste instantie op 39 procent, maar slechts 21 procent bij beroep. België zit qua erkenningspercentage rond het EU-gemiddelde, maar door tekorten op de arbeidsmarkt heeft de overheid het proces voor werktoegangspassen voor erkende vluchtelingen versneld, terwijl humanitaire begunstigden in een grijs gebied blijven. Teams die verantwoordelijk zijn voor internationale mobiliteit doen er goed aan hun aanwervingsbeleid en planning van opdrachten te herzien. Wanneer houders van een humanitaire status essentieel zijn voor Belgische of regionale projecten, kan het nodig zijn dat bedrijven alternatieve vergunningen sponsoren—zoals de Single Permit voor hoogopgeleide werknemers—om ononderbroken mobiliteit binnen Schengen te garanderen. Doen ze dit niet, dan lopen projecten het risico op personeelsproblemen als verlengingen vertraging oplopen of worden geweigerd.
Bron: The Brussels Times