
Diplomaten kwamen op de ochtend van 25 juni 2026 bijeen in Brussel voor vergadering nr. 366.812 van de Visumwerkgroep van de Raad, het forum dat de technische uitwerking van het Schengenvisumbeleid verzorgt. Duitsland, vertegenwoordigd door ambtenaren van het Federale Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Binnenlandse Zaken, sloot zich aan bij collega’s uit de andere 26 Schengenlanden, plus de geassocieerde staten IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein.
Bovenaan de agenda stond een discussiedocument over een nieuw beoordelingskader voor visumvrije derde landen onder Artikel 25a van de Visumcode. Dit kader zou vooruitziende risicokenmerken introduceren – variërend van stijgende overtijdratio’s tot plotselinge pieken in ongegronde asielaanvragen – en een versnelde procedure vastleggen om een vrijstelling op te schorten als bepaalde drempels worden overschreden.
De delegaties bespraken ook “landfiches” over zes visumvrije partners, waarbij Duitsland naar verluidt zorgen uitte over een toename van overtijddagen door burgers van een Golfstaat die met een bezoekvergunning komen, die ongemerkt overgaat in onregelmatige arbeid. Voor Duitsland staan er veel op het spel. Schengenbrede visumreciprociteit betekent dat elke op EU-niveau afgesproken opschorting direct Duitse wet wordt, waardoor consulaten en uitbestedingspartners zich moeten voorbereiden op een piek in visumaanvragen.
Tegelijkertijd hechten Duitse bedrijven – vooral in de auto-industrie, IT-diensten en toerisme – veel waarde aan soepele kortetermijnbezoeken van partners uit dynamische markten. Berlijn geeft daarom de voorkeur aan een geleidelijke aanpak met gezamenlijke voorlichtingsmissies en digitale informatiecampagnes, voordat de ‘nucleaire’ optie van het herinvoeren van visa wordt ingezet. Waarnemers verwachten dat een formeel voorstel om Artikel 25a te herzien uiterlijk in oktober onder het Hongaarse voorzitterschap aan de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken wordt voorgelegd.
Tussen nu en dan dienen mobiliteitsteams binnen bedrijven hun risico’s in kaart te brengen: als medewerkers vaak visumvrij reizen vanuit de Westelijke Balkan, Latijns-Amerika of de Golfregio, kunnen ze noodplanningen en gereserveerde afsprakenblokken nodig hebben.
De werkgroep wisselde ook van gedachten over ad-hocmaatregelen tegen landen die als niet-coöperatief worden beschouwd bij de terugname van overtijdverblijvers. Duitsland stelde dat het koppelen van diplomatieke visumquota aan de terugnameprestaties – een idee dat door meerdere lidstaten werd geopperd – rekening moet houden met bestaande kanalen voor zakelijke mobiliteit, zoals de EU Blue Card en ICT-vergunningen.
Bovenaan de agenda stond een discussiedocument over een nieuw beoordelingskader voor visumvrije derde landen onder Artikel 25a van de Visumcode. Dit kader zou vooruitziende risicokenmerken introduceren – variërend van stijgende overtijdratio’s tot plotselinge pieken in ongegronde asielaanvragen – en een versnelde procedure vastleggen om een vrijstelling op te schorten als bepaalde drempels worden overschreden.
De delegaties bespraken ook “landfiches” over zes visumvrije partners, waarbij Duitsland naar verluidt zorgen uitte over een toename van overtijddagen door burgers van een Golfstaat die met een bezoekvergunning komen, die ongemerkt overgaat in onregelmatige arbeid. Voor Duitsland staan er veel op het spel. Schengenbrede visumreciprociteit betekent dat elke op EU-niveau afgesproken opschorting direct Duitse wet wordt, waardoor consulaten en uitbestedingspartners zich moeten voorbereiden op een piek in visumaanvragen.
Tegelijkertijd hechten Duitse bedrijven – vooral in de auto-industrie, IT-diensten en toerisme – veel waarde aan soepele kortetermijnbezoeken van partners uit dynamische markten. Berlijn geeft daarom de voorkeur aan een geleidelijke aanpak met gezamenlijke voorlichtingsmissies en digitale informatiecampagnes, voordat de ‘nucleaire’ optie van het herinvoeren van visa wordt ingezet. Waarnemers verwachten dat een formeel voorstel om Artikel 25a te herzien uiterlijk in oktober onder het Hongaarse voorzitterschap aan de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken wordt voorgelegd.
Tussen nu en dan dienen mobiliteitsteams binnen bedrijven hun risico’s in kaart te brengen: als medewerkers vaak visumvrij reizen vanuit de Westelijke Balkan, Latijns-Amerika of de Golfregio, kunnen ze noodplanningen en gereserveerde afsprakenblokken nodig hebben.
De werkgroep wisselde ook van gedachten over ad-hocmaatregelen tegen landen die als niet-coöperatief worden beschouwd bij de terugname van overtijdverblijvers. Duitsland stelde dat het koppelen van diplomatieke visumquota aan de terugnameprestaties – een idee dat door meerdere lidstaten werd geopperd – rekening moet houden met bestaande kanalen voor zakelijke mobiliteit, zoals de EU Blue Card en ICT-vergunningen.