
In een ingrijpende voorlopige voorziening van 7 juli 2026 heeft de Amerikaanse districtsrechter Algenon L. Marbley bevolen dat de U.S. Citizenship and Immigration Services (USCIS) de behandeling van aanvragen voor werkvergunningen, statusaanpassingen en voorlopige reisvergunningen moet hervatten. Deze aanvragen waren door het agentschap op onbepaalde tijd stilgelegd vanwege beleid dat verband houdt met de uitgebreide reisbeperkingen van president Trump. De rechtszaak in Ohio werd aangespannen door 25 buitenlanders – van Birma tot Venezuela – die stelden dat USCIS geen wettelijke bevoegdheid had om zaken van mensen die al legaal in de VS verbleven te bevriezen. Rechter Marbley gaf hen gelijk en noemde de pauze een “onbepaalde limbo” die in strijd is met de Immigration and Nationality Act. Dit is de tweede federale rechterlijke uitspraak in korte tijd die het agentschap terugfluit vanwege op nationaliteit gebaseerde bevriezingen. Vorige maand vernietigde een rechtbank in Rhode Island vier vergelijkbare beleidsmaatregelen. Samen suggereren deze uitspraken dat landelijke bevriezingen die niet in regelgeving zijn vastgelegd, juridisch niet houdbaar zijn, zelfs niet als ze worden gerechtvaardigd met nationale veiligheidsargumenten. Praktisch betekent dit dat de voorlopige voorziening de behandeling van duizenden werkvergunningen (formulier I-765) en groene-kaartaanvragen (formulier I-485) die soms al meer dan een jaar stillagen, weer op gang moet brengen. USCIS heeft 30 dagen om te rapporteren over de naleving van de uitspraak. Werkgevers van werknemers wiens werkvergunning tijdens de bevriezing is verlopen, moeten alert zijn op oproepen voor biometrische gegevens en verzoeken om aanvullende bewijsstukken, en zich voorbereiden om I-9-documentatie snel bij te werken zodra nieuwe kaarten beschikbaar zijn. De beslissing betekent niet dat aanvragen automatisch worden goedgekeurd; het dwingt USCIS alleen om de normale behandeltermijnen te hervatten. Verwacht wordt dat de regering in beroep gaat, maar omdat het om een voorlopige voorziening gaat, kan de verwerking mogelijk al eind juli weer starten. Aanvragers wordt aangeraden hun online status dagelijks te controleren en ervoor te zorgen dat hun adresgegevens up-to-date zijn. Voor teams die zich bezighouden met wereldwijde mobiliteit is de boodschap dubbel: rechtszaken kunnen vastgelopen procedures weer op gang brengen, maar het beleid blijft onvoorspelbaar. Bedrijven doen er goed aan extra tijd in te bouwen in verhuisschema’s en te overwegen om parallelle strategieën te hanteren – zoals gelijktijdige consulaire procedures – totdat duidelijk is of hogere rechtbanken de voorlopige voorziening zullen bevestigen.
Bron: The Financial Express