
In een zet die voor verwarring zorgt bij multinationals die actief zijn in Hongkong, liet het Witte Huis de nationale noodtoestand uit 2020 met betrekking tot het gebied op 17 juli om middernacht verlopen. Hierdoor vervallen bepaalde secundaire sancties die voortkwamen uit die noodtoestand, en die 48 personen en diverse entiteiten betroffen. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigde echter aan Associated Press dat Executive Order 13936—ondertekend door voormalig president Trump in 2020 om de preferentiële handelsstatus van Hongkong in te trekken—nog steeds volledig van kracht is.
Voor global mobility managers is de directe impact beperkt: de VS behandelen houders van een Hongkong-paspoort nog steeds hetzelfde als inwoners van het Chinese vasteland wat betreft exportcontrole, visumcontrole en investeringsbeoordeling. Toch kan deze symbolische versoepeling de druk op banken verlichten die salarisbetalingen of verhuiskosten regelen voor medewerkers met een Hongkong-identiteitskaart die op het vasteland werken.
Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken verwelkomde het vervallen van de noodtoestand aanvankelijk als een “stap in de goede richting” en riep Washington op om EO 13936 volledig te schrappen. Hongkongs Chief Executive John Lee—die persoonlijk nog steeds onder een aparte sanctie valt—noemde de ontwikkeling een “gedeeltelijke rechtvaardiging”, maar erkende dat de kernrestricties van de VS op technologieoverdracht en tariefvoordelen blijven bestaan.
Bedrijven met rotatieprogramma’s in de Greater Bay Area doen er goed aan de publicaties in het Amerikaanse Federal Register te volgen voor eventuele wijzigingen in de vergunningseisen voor dual-use goederen, die afhangen van de status van Hongkong. Ondertussen melden verhuisspecialisten dat de vraag naar L-1 intracompany transfers van Hongkong naar het Chinese vasteland is toegenomen, nu bedrijven zich indekken tegen aanhoudende geopolitieke risico’s. Immigratieadvocaten wijzen erop dat consulaire ambtenaren nog steeds strengere controles toepassen op Hongkong-aanvragers van Amerikaanse werkvisa—vooral in de H-1B en O-1 categorieën—waardoor reizigers extra tijd moeten inplannen bij de voorbereiding van hun uitzending.
Voor global mobility managers is de directe impact beperkt: de VS behandelen houders van een Hongkong-paspoort nog steeds hetzelfde als inwoners van het Chinese vasteland wat betreft exportcontrole, visumcontrole en investeringsbeoordeling. Toch kan deze symbolische versoepeling de druk op banken verlichten die salarisbetalingen of verhuiskosten regelen voor medewerkers met een Hongkong-identiteitskaart die op het vasteland werken.
Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken verwelkomde het vervallen van de noodtoestand aanvankelijk als een “stap in de goede richting” en riep Washington op om EO 13936 volledig te schrappen. Hongkongs Chief Executive John Lee—die persoonlijk nog steeds onder een aparte sanctie valt—noemde de ontwikkeling een “gedeeltelijke rechtvaardiging”, maar erkende dat de kernrestricties van de VS op technologieoverdracht en tariefvoordelen blijven bestaan.
Bedrijven met rotatieprogramma’s in de Greater Bay Area doen er goed aan de publicaties in het Amerikaanse Federal Register te volgen voor eventuele wijzigingen in de vergunningseisen voor dual-use goederen, die afhangen van de status van Hongkong. Ondertussen melden verhuisspecialisten dat de vraag naar L-1 intracompany transfers van Hongkong naar het Chinese vasteland is toegenomen, nu bedrijven zich indekken tegen aanhoudende geopolitieke risico’s. Immigratieadvocaten wijzen erop dat consulaire ambtenaren nog steeds strengere controles toepassen op Hongkong-aanvragers van Amerikaanse werkvisa—vooral in de H-1B en O-1 categorieën—waardoor reizigers extra tijd moeten inplannen bij de voorbereiding van hun uitzending.
Bron: Associated Press