
Buitenlandse studenten die in Frankrijk willen studeren, moeten binnenkort kunnen aantonen dat ze over meer financiële middelen beschikken. Een decreet, gepubliceerd in het Journal officiel op 22 juni 2026 (nr. 2026-526) en gisteren toegelicht door het Parijse advocatenkantoor Kohen Avocats, verhoogt het minimumbedrag aan middelen dat een niet-EU-burger moet aantonen bij het aanvragen van een lang verblijf studentenvisum of de eerste “studenten” verblijfsvergunning volgens de Code de l’entrée et du séjour des étrangers et du droit d’asile (CESEDA). Het nieuwe artikel R.422-2 stelt het bedrag nu vast op “minstens 47% van het bruto maandloon van de SMIC” (het wettelijke minimumloon in Frankrijk) op het moment van de aanvraag. Met de huidige SMIC van €1.867 bruto stijgt de drempel van €615 naar ongeveer €877 per maand—een toename van 43%.
Deze regel geldt voor eerste visumaanvragen bij consulaten in het buitenland en voor eerste verblijfsvergunningaanvragen in Frankrijk, inclusief die rechtstreeks via partneruniversiteiten worden verwerkt. Waarom deze wijziging? Het ministerie van Binnenlandse Zaken wil de financiële toets beter laten aansluiten bij de werkelijke kosten van levensonderhoud en “precaire situaties onder internationale studenten voorkomen.” Critici vrezen echter dat deze verhoging getalenteerde kandidaten uit opkomende markten zal uitsluiten en het door de overheid gestelde doel om tegen 2027 500.000 internationale studenten aan te trekken, zal ondermijnen. Universiteiten die veel buiten de EU werven—zoals business schools, technische grandes écoles en regionale campussen—zijn bang voor een golf van late afzeggingen deze zomer, omdat kandidaten haastig bankverklaringen moeten bijwerken of extra sponsoring moeten regelen.
De praktische gevolgen voor mobiliteitsmanagers zijn direct merkbaar. Bedrijfssponsors moeten hun financiële ondersteuningsbrieven aanpassen, en verhuisdiensten moeten aankomende stagiairs of VIE-medewerkers die ingeschreven zijn in Franse programma’s adviseren om hun bewijs van financiële middelen vóór de visumafspraak aan te vullen. Consulaten zullen onvolledige dossiers direct afwijzen, en prefecturen kunnen een vertrekbevel uit Frankrijk (OQTF) uitvaardigen als studenten binnen twee maanden na aankomst hun situatie niet in orde maken. Bedrijven die interne opleidingen op masterniveau in Frankrijk plannen, moeten daarom rekenen op een extra budget van €2.500–€3.000 per persoon voor het academische jaar.
Tegelijkertijd vereenvoudigt het decreet bepaalde indieningsprocedures: partneruniversiteiten mogen nu namens prefecturen aanvragen verzamelen, een langgekoesterde wens van CROUS-huisvestingsdiensten die de wachtrijen bij het politiebureau in Parijs willen verminderen. Of deze tegemoetkoming voldoende zal zijn om studentenorganisaties en de invloedrijke Conferentie van Universiteitsvoorzitters te kalmeren, valt nog te bezien.
Deze regel geldt voor eerste visumaanvragen bij consulaten in het buitenland en voor eerste verblijfsvergunningaanvragen in Frankrijk, inclusief die rechtstreeks via partneruniversiteiten worden verwerkt. Waarom deze wijziging? Het ministerie van Binnenlandse Zaken wil de financiële toets beter laten aansluiten bij de werkelijke kosten van levensonderhoud en “precaire situaties onder internationale studenten voorkomen.” Critici vrezen echter dat deze verhoging getalenteerde kandidaten uit opkomende markten zal uitsluiten en het door de overheid gestelde doel om tegen 2027 500.000 internationale studenten aan te trekken, zal ondermijnen. Universiteiten die veel buiten de EU werven—zoals business schools, technische grandes écoles en regionale campussen—zijn bang voor een golf van late afzeggingen deze zomer, omdat kandidaten haastig bankverklaringen moeten bijwerken of extra sponsoring moeten regelen.
De praktische gevolgen voor mobiliteitsmanagers zijn direct merkbaar. Bedrijfssponsors moeten hun financiële ondersteuningsbrieven aanpassen, en verhuisdiensten moeten aankomende stagiairs of VIE-medewerkers die ingeschreven zijn in Franse programma’s adviseren om hun bewijs van financiële middelen vóór de visumafspraak aan te vullen. Consulaten zullen onvolledige dossiers direct afwijzen, en prefecturen kunnen een vertrekbevel uit Frankrijk (OQTF) uitvaardigen als studenten binnen twee maanden na aankomst hun situatie niet in orde maken. Bedrijven die interne opleidingen op masterniveau in Frankrijk plannen, moeten daarom rekenen op een extra budget van €2.500–€3.000 per persoon voor het academische jaar.
Tegelijkertijd vereenvoudigt het decreet bepaalde indieningsprocedures: partneruniversiteiten mogen nu namens prefecturen aanvragen verzamelen, een langgekoesterde wens van CROUS-huisvestingsdiensten die de wachtrijen bij het politiebureau in Parijs willen verminderen. Of deze tegemoetkoming voldoende zal zijn om studentenorganisaties en de invloedrijke Conferentie van Universiteitsvoorzitters te kalmeren, valt nog te bezien.
Bron: Kohen Avocats