
Het Oostenrijkse ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de financiële vereisten voor de populaire verblijfsvergunning zonder arbeidsinkomen verhoogd. Deze vergunning wordt vaak gebruikt door gepensioneerden, remote werkers en ‘neo-nomaden’ die afhankelijk zijn van een buitenlands inkomen. Een ministeriële circulaire, verstuurd op 8 januari en gepubliceerd op 11 januari, trad per 13 januari direct in werking. De norm voor alleenstaanden is verhoogd naar €1.273,99 netto per maand (ongeveer €15.288 per jaar), ten opzichte van €1.222 in 2025. Gehuwde stellen moeten nu aantonen dat ze €2.009,85 per maand hebben, met een toeslag van €196,57 voor elk kind ten laste.
Deze bedragen zijn gekoppeld aan de Ausgleichszulagenrichtsatz, de jaarlijks geïndexeerde referentiewaarde voor sociale bijstand in Oostenrijk, en vertegenwoordigen een stijging van ongeveer vier procent. Hoewel bescheiden, kan deze aanpassing lagere inkomenspensioenen en freelancers die hun budget op de cijfers van vorig jaar hadden gebaseerd, diskwalificeren. Immigratieadvocaten waarschuwen dat aanvragen die al zijn ingediend maar nog niet inhoudelijk zijn beoordeeld, mogelijk aan de hogere norm worden getoetst en adviseren cliënten om proactief bijgewerkte bankafschriften in te dienen.
Voor multinationals heeft deze wijziging ook gevolgen: echtgenoten of partners die sleutelmedewerkers op lokale contracten begeleiden, maken vaak gebruik van de vergunning zonder werk als tijdelijke oplossing. HR-afdelingen moeten mogelijk de toelagepakketten verhogen of garantiefondsen regelen om te waarborgen dat familieleden voldoen aan de nieuwe ‘zekere levensonderhoud’-norm. Afwijzingen van aanvragen wegens onvoldoende middelen blijven een van de belangrijkste oorzaken van vertragingen in de verwerking en kostbare beroepsprocedures.
Critici wijzen ook op de terughoudende communicatie van het ministerie—er is geen officiële persverklaring uitgegeven—en benadrukken dat transparantie cruciaal is voor de concurrentiekracht van Oostenrijk als vestigingsland. Brancheorganisaties hebben om een overgangsperiode gevraagd; tot nu toe is die niet toegekend.
Toekomstige aanvragers wordt aangeraden de bijgewerkte drempels te controleren voordat ze in 2026 een aanvraag indienen en professionele ondersteuning te overwegen om onbedoelde niet-naleving te voorkomen.
Deze bedragen zijn gekoppeld aan de Ausgleichszulagenrichtsatz, de jaarlijks geïndexeerde referentiewaarde voor sociale bijstand in Oostenrijk, en vertegenwoordigen een stijging van ongeveer vier procent. Hoewel bescheiden, kan deze aanpassing lagere inkomenspensioenen en freelancers die hun budget op de cijfers van vorig jaar hadden gebaseerd, diskwalificeren. Immigratieadvocaten waarschuwen dat aanvragen die al zijn ingediend maar nog niet inhoudelijk zijn beoordeeld, mogelijk aan de hogere norm worden getoetst en adviseren cliënten om proactief bijgewerkte bankafschriften in te dienen.
Voor multinationals heeft deze wijziging ook gevolgen: echtgenoten of partners die sleutelmedewerkers op lokale contracten begeleiden, maken vaak gebruik van de vergunning zonder werk als tijdelijke oplossing. HR-afdelingen moeten mogelijk de toelagepakketten verhogen of garantiefondsen regelen om te waarborgen dat familieleden voldoen aan de nieuwe ‘zekere levensonderhoud’-norm. Afwijzingen van aanvragen wegens onvoldoende middelen blijven een van de belangrijkste oorzaken van vertragingen in de verwerking en kostbare beroepsprocedures.
Critici wijzen ook op de terughoudende communicatie van het ministerie—er is geen officiële persverklaring uitgegeven—en benadrukken dat transparantie cruciaal is voor de concurrentiekracht van Oostenrijk als vestigingsland. Brancheorganisaties hebben om een overgangsperiode gevraagd; tot nu toe is die niet toegekend.
Toekomstige aanvragers wordt aangeraden de bijgewerkte drempels te controleren voordat ze in 2026 een aanvraag indienen en professionele ondersteuning te overwegen om onbedoelde niet-naleving te voorkomen.