
In een bescheiden ministeriële circulaire van 11 januari, die op 13 januari van kracht werd, heeft het Oostenrijkse ministerie van Binnenlandse Zaken de minimale financiële vereisten voor de populaire verblijfsvergunning zonder arbeidsrecht afgeschaft. Alleenstaande aanvragers moeten nu aantonen dat ze minimaal €1.273,99 netto per maand (ongeveer €15.290 per jaar) beschikken, een stijging van vier procent ten opzichte van het niveau van 2025; voor koppels geldt een bedrag van €2.009,85, met een extra €196,57 per kind ten laste.
Deze vergunning, vaak gebruikt door gepensioneerden, remote werkers en meereizende familieleden van internationale werknemers, vereist dat aanvragers een “zekere levensonderhoud” kunnen aantonen zonder lokaal te werken. Immigratieadvocaten waarschuwen dat dossiers die al zijn ingediend maar nog niet inhoudelijk zijn beoordeeld, mogelijk volgens de nieuwe bedragen worden beoordeeld, tenzij snel aanvullende bankafschriften worden aangeleverd.
Voor werkgevers brengt de wijziging verborgen kosten met zich mee. Veel multinationals vullen de toelagepakketten aan voor partners die de vergunning als tijdelijke oplossing gebruiken tijdens hun vestiging. HR-teams doen er goed aan de kostenramingen voor detacheringen te herzien en te overwegen de toelagen voor afhankelijke gezinsleden te verhogen of bedrijfsgesponsorde ziektekostenverzekeringen aan te bieden om de hogere drempel te compenseren.
Critici hekelen het gebrek aan publieke consultatie en stellen dat plotselinge regelwijzigingen de concurrentiepositie van Oostenrijk voor locatie-onafhankelijke talenten ondermijnen. Kamer van Koophandel-organisaties pleiten voor een korte overgangsperiode, maar ambtenaren benadrukken dat jaarlijkse indexering routine is en voorspelbaar.
Toekomstige aanvragers wordt aangeraden de nieuwe drempels te downloaden van de websites van provinciale autoriteiten en, bij twijfel, professioneel advies in te winnen voordat zij geld overmaken. Het niet kunnen aantonen van het volledige bedrag blijft een van de belangrijkste redenen voor weigeringen van vergunningen en kostbare beroepsprocedures.
Deze vergunning, vaak gebruikt door gepensioneerden, remote werkers en meereizende familieleden van internationale werknemers, vereist dat aanvragers een “zekere levensonderhoud” kunnen aantonen zonder lokaal te werken. Immigratieadvocaten waarschuwen dat dossiers die al zijn ingediend maar nog niet inhoudelijk zijn beoordeeld, mogelijk volgens de nieuwe bedragen worden beoordeeld, tenzij snel aanvullende bankafschriften worden aangeleverd.
Voor werkgevers brengt de wijziging verborgen kosten met zich mee. Veel multinationals vullen de toelagepakketten aan voor partners die de vergunning als tijdelijke oplossing gebruiken tijdens hun vestiging. HR-teams doen er goed aan de kostenramingen voor detacheringen te herzien en te overwegen de toelagen voor afhankelijke gezinsleden te verhogen of bedrijfsgesponsorde ziektekostenverzekeringen aan te bieden om de hogere drempel te compenseren.
Critici hekelen het gebrek aan publieke consultatie en stellen dat plotselinge regelwijzigingen de concurrentiepositie van Oostenrijk voor locatie-onafhankelijke talenten ondermijnen. Kamer van Koophandel-organisaties pleiten voor een korte overgangsperiode, maar ambtenaren benadrukken dat jaarlijkse indexering routine is en voorspelbaar.
Toekomstige aanvragers wordt aangeraden de nieuwe drempels te downloaden van de websites van provinciale autoriteiten en, bij twijfel, professioneel advies in te winnen voordat zij geld overmaken. Het niet kunnen aantonen van het volledige bedrag blijft een van de belangrijkste redenen voor weigeringen van vergunningen en kostbare beroepsprocedures.