
De juridische strijd rond Koninklijk Besluit 316/2026 is aangekomen bij het hoogste gerechtshof van Spanje. Op 16 juni heeft de Derde Kamer van het Hooggerechtshof formeel een zaak toegelaten die door de regio Murcia is aangespannen, met als doel het besluit op grond van grondwettelijke bezwaren te laten vernietigen. De conservatieve regering van Murcia stelt dat de nationale amnestie de principes van “trouwe samenwerking” schendt en onbetaalde administratieve lasten oplegt aan de autonome regio’s, die moeten controleren of aan de verblijfsvereisten is voldaan en sociale integratierapporten moeten opstellen. De toelating van de zaak door het hof schort de huidige aanvraagperiode niet op, maar bereidt wel de weg voor een uitspraak die met terugwerkende kracht invloed kan hebben op vergunningen die onder deze regeling zijn afgegeven. Juridische experts verwachten niet dat het hof het hele besluit zal vernietigen; waarschijnlijker zijn aanpassingen in de procedure of compensatie voor regionale overheden die extra personeel moeten aannemen. Voor werkgevers en migranten is de boodschap duidelijk: blijf aanvragen indienen—vergunningen die vóór een mogelijke uitspraak zijn verleend, blijven geldig tenzij ze expliciet worden ingetrokken. Immigratieadvocaten raden echter aan een dossier bij te houden waarin wordt vastgelegd hoe aan elk toelatingscriterium is voldaan, voor het geval toekomstige verlengingen strenger worden beoordeeld. De uitdaging vanuit Murcia voegt ook politieke druk toe: verschillende andere regio’s onder leiding van de PP, waaronder Andalusië en Madrid, overwegen naar verluidt soortgelijke rechtszaken. Een gefragmenteerd juridisch landschap kan het doel van de regering bemoeilijken om een half miljoen onregelmatige situaties op te lossen voordat Spanje in 2027 het roulerend voorzitterschap van de EU-Raad overneemt.