
Tijdens een late zitting op 9 juli keurde de Senaatscommissie voor Justitie wijzigingen goed in een spoedwet die de regering toestaat om belangrijke onderdelen van het EU-pact over migratie en asiel via een verordening in te voeren, in plaats van via het volledige parlementaire proces. Deze stap is bedoeld om te voldoen aan de deadline van juni 2027 vanuit Brussel, maar zorgt voor controverse bij oppositiepartijen en ngo’s. Volgens het wetsvoorstel kan het ministerie van Binnenlandse Zaken minstens negen onderdelen van de Code inzake Toegang en Verblijf van Buitenlanders (CESEDA) herschrijven, waaronder grenscontroles, versnelde asielprocedures en terugkeer. Eén artikel introduceert ‘grensdoorvoercentra’ waar aanvragers tot 24 weken kunnen worden vastgehouden—dat is het dubbele van de huidige maximale termijn. Zakenorganisaties letten vooral op een minder bekend artikel dat prefecturen toestaat om zes maanden durende “arbeidsmarkttestvrijstellingen” uit te geven voor vergunningen in sectoren met personeelstekorten, waarmee het normale quotumsysteem wordt omzeild. Als dit wordt aangenomen, kunnen bedrijven in IT, gezondheidszorg en bouw niet-EU-specialisten binnen vier weken naar Frankrijk halen, mits zij biometrische gegevens registreren in het nieuwe EES. Critici vinden dat de verordeningsroute het democratisch debat ondermijnt. De regering stelt daartegenover dat gedetailleerde technische regels—zoals gegevensuitwisseling met EU-systemen—niet geschikt zijn voor langdurige parlementaire procedures. De wet gaat nu naar de Assemblée, waar de meerderheid kleiner is, wat het toneel vormt voor intensieve onderhandelingen deze zomer. Mobiliteitsteams binnen bedrijven doen er goed aan het definitieve wetsvoorstel nauwlettend te volgen: hoewel snellere verwerking van talentvergunningen een voordeel is, kunnen strengere controles en langere detentieperiodes reputatie- en zorgplichtkwesties oproepen bij het verhuizen van familieleden van medewerkers.