
Tijdens de bijeenkomst ‘Friends of the Western Balkans’ in Rome op 10 juli riep de Oostenrijkse staatssecretaris Sepp Schellhorn EU-partners op om een gefaseerde aanpak vast te leggen, waarbij bedrijven en burgers uit Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Noord-Macedonië en Servië eerder toegang krijgen tot geselecteerde delen van de interne markt, nog vóór volledige lidmaatschap. Het Oostenrijkse non-paper, in mei medeondertekend door acht andere lidstaten, stelt voor om vooruitgang op het gebied van rechtsstaat en grensbeheer te belonen met concrete voordelen, zoals deelname aan EU-douane-IT-systemen, wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties en – cruciaal voor global mobility managers – vereenvoudigde regels voor verblijfs- en werkvergunningen, gebaseerd op de EU Blue Card. Montenegro, dat hoopt de toetredingsonderhandelingen dit jaar af te ronden, zou als proefmodel kunnen dienen. Voor multinationals met nearshore IT-centra in Podgorica of Skopje betekent eerdere markttoegang dat medewerkers via intra-company transfervergunningen zonder langdurige arbeidsmarkttoetsen kunnen rouleren naar het Oostenrijkse hoofdkantoor. Ook Oostenrijkse productiebedrijven in de Servische regio Vojvodina profiteren van soepelere douaneafhandeling dankzij het EU Entry/Exit System. Schellhorn benadrukte dat de binnenlandse tekorten aan arbeidskrachten in techniek, gezondheidszorg en toerisme een voorspelbare instroom van talent uit de Balkan onmisbaar maken. Hij koppelde mobiliteit ook aan veiligheid en stelde dat legale routes de onregelmatige migratie via de Balkanroute verminderen. De Europese Commissie zal het voorstel naar verwachting opnemen in het najaarspakket over uitbreiding. Bij goedkeuring moeten HR-afdelingen zich vanaf 2027 voorbereiden op een geleidelijke harmonisatie van visumkosten, coördinatie van sociale zekerheid en erkenning van beroepsdiploma’s.