
Het Amerikaanse Department of Homeland Security (DHS) heeft op 3 november een ingrijpend voorstel gepubliceerd dat het gebruik van biometrische gegevens in elke fase van het immigratieproces aanzienlijk zou uitbreiden.
Volgens de huidige regelgeving worden vingerafdrukken, foto’s en – in zeldzamere gevallen – DNA-monsters alleen in beperkte situaties en voor 26 specifieke immigratieformulieren afgenomen. De nieuwe regel zou U.S. Citizenship and Immigration Services (USCIS), Customs and Border Protection (CBP) en Immigration and Customs Enforcement (ICE) de bevoegdheid geven om vingerafdrukken, gezichts- en irisscans en DNA-monsters te eisen van elke buitenlandse burger – of Amerikaanse burger die een aanvraag indient – die betrokken is bij een immigratieaanvraag of handhavingsactie. DHS stelt dat deze wijziging het risico op identiteitsfraude vermindert, de afhandeling versnelt en helpt bij de bestrijding van mensenhandel en kinderontvoering.
DHS schat de opstart- en operationele kosten op ongeveer 288 miljoen dollar per jaar, oftewel 2,5 miljard dollar over tien jaar, en verwacht dat jaarlijks meer dan drie miljoen mensen worden gescreend. Het voorstel voegt ook biometrische controles toe voor het ‘goed karakter’ bij naturalisatie en geeft DHS de mogelijkheid om DNA op te vragen ter verificatie van familiebanden bij immigrantenvisa.
Advocaten gespecialiseerd in zakelijke immigratie waarschuwen dat de regel de verwerkingstijden kan verlengen en de nalevingslasten voor werkgevers kan vergroten – vooral voor degenen die grote aantallen H-1B-, L-1- of PERM-aanvragen sponsoren – omdat elke begunstigde en hun gezinsleden afspraken moeten maken voor nieuwe biometrische gegevens. Privacyvoorvechters stellen dat routinematige DNA-verzameling op deze schaal ongekend is en dat dit grote aantallen Amerikaanse burgers (bijvoorbeeld ouders die voor hun kinderen aanvragen indienen) blootstelt aan onbepaalde opslag van genomische data.
Het voorstel ligt tot 2 januari 2026 ter publieke consultatie. DHS geeft aan na het beoordelen van de reacties een definitieve regel uit te vaardigen, maar heeft nog geen tijdlijn voor de implementatie gegeven. Bedrijven met mobiliteitsprogramma’s worden nu al geadviseerd rekening te houden met extra doorlooptijd en hun onboarding-checklists aan te passen in afwachting van verplichte DNA-verzameling.
Volgens de huidige regelgeving worden vingerafdrukken, foto’s en – in zeldzamere gevallen – DNA-monsters alleen in beperkte situaties en voor 26 specifieke immigratieformulieren afgenomen. De nieuwe regel zou U.S. Citizenship and Immigration Services (USCIS), Customs and Border Protection (CBP) en Immigration and Customs Enforcement (ICE) de bevoegdheid geven om vingerafdrukken, gezichts- en irisscans en DNA-monsters te eisen van elke buitenlandse burger – of Amerikaanse burger die een aanvraag indient – die betrokken is bij een immigratieaanvraag of handhavingsactie. DHS stelt dat deze wijziging het risico op identiteitsfraude vermindert, de afhandeling versnelt en helpt bij de bestrijding van mensenhandel en kinderontvoering.
DHS schat de opstart- en operationele kosten op ongeveer 288 miljoen dollar per jaar, oftewel 2,5 miljard dollar over tien jaar, en verwacht dat jaarlijks meer dan drie miljoen mensen worden gescreend. Het voorstel voegt ook biometrische controles toe voor het ‘goed karakter’ bij naturalisatie en geeft DHS de mogelijkheid om DNA op te vragen ter verificatie van familiebanden bij immigrantenvisa.
Advocaten gespecialiseerd in zakelijke immigratie waarschuwen dat de regel de verwerkingstijden kan verlengen en de nalevingslasten voor werkgevers kan vergroten – vooral voor degenen die grote aantallen H-1B-, L-1- of PERM-aanvragen sponsoren – omdat elke begunstigde en hun gezinsleden afspraken moeten maken voor nieuwe biometrische gegevens. Privacyvoorvechters stellen dat routinematige DNA-verzameling op deze schaal ongekend is en dat dit grote aantallen Amerikaanse burgers (bijvoorbeeld ouders die voor hun kinderen aanvragen indienen) blootstelt aan onbepaalde opslag van genomische data.
Het voorstel ligt tot 2 januari 2026 ter publieke consultatie. DHS geeft aan na het beoordelen van de reacties een definitieve regel uit te vaardigen, maar heeft nog geen tijdlijn voor de implementatie gegeven. Bedrijven met mobiliteitsprogramma’s worden nu al geadviseerd rekening te houden met extra doorlooptijd en hun onboarding-checklists aan te passen in afwachting van verplichte DNA-verzameling.