
Het federale Belgische Counter-UAS-team, opgericht in 2021 en bestaande uit 30 gecertificeerde agenten, werd nooit ingezet tijdens de sluiting van Brussels Airport op 4 november of bij latere dronewaarnemingen in Luik, zo bleek uit berichtgeving van lokale media op 10 november.
Interne politiebeslissingen aan Het Nieuwsblad lieten weten dat de eenheid beschikt over twee detectieantennes, vier jammers en drie netwerpsystemen, maar ‘geen operationeel verzoek’ ontving van de luchthavenautoriteiten. Tegen de tijd dat de commandostructuur het gebrek aan actie besefte, waren de drones al uit het Belgische luchtruim verdwenen.
Deze onthulling leidde tot politieke verwijten. Minister van Defensie Theo Francken benadrukte dat luchthavens “burgerinfrastructuur” zijn en dus onder de verantwoordelijkheid van de politie vallen, terwijl politievakbonden de gefragmenteerde commandostructuur als oorzaak van het falen aanwijzen. Oppositieparlementariërs eisen een grondig onderzoek naar de Belgische luchtveiligheidscommandoketen.
Vanuit mobiliteitsperspectief onderstreept dit incident het belang van duidelijke escalatieprotocollen. Securitymanagers binnen bedrijven moeten nagaan of hun reisrisicodiensten niet alleen de kanalen van de federale politie, maar ook de meldingen van de Belgische Civiele Luchtvaartautoriteit volgen, om informatiehiaten te voorkomen.
Brancheorganisaties pleiten voor de oprichting van een nationaal luchtveiligheidscentrum dat radar-, inlichtingen- en handhavingsmiddelen integreert—een initiatief dat, indien ingevoerd, de crisiscommunicatie naar luchtvaartmaatschappijen, grondafhandelaars en multinationals aanzienlijk kan stroomlijnen.
Interne politiebeslissingen aan Het Nieuwsblad lieten weten dat de eenheid beschikt over twee detectieantennes, vier jammers en drie netwerpsystemen, maar ‘geen operationeel verzoek’ ontving van de luchthavenautoriteiten. Tegen de tijd dat de commandostructuur het gebrek aan actie besefte, waren de drones al uit het Belgische luchtruim verdwenen.
Deze onthulling leidde tot politieke verwijten. Minister van Defensie Theo Francken benadrukte dat luchthavens “burgerinfrastructuur” zijn en dus onder de verantwoordelijkheid van de politie vallen, terwijl politievakbonden de gefragmenteerde commandostructuur als oorzaak van het falen aanwijzen. Oppositieparlementariërs eisen een grondig onderzoek naar de Belgische luchtveiligheidscommandoketen.
Vanuit mobiliteitsperspectief onderstreept dit incident het belang van duidelijke escalatieprotocollen. Securitymanagers binnen bedrijven moeten nagaan of hun reisrisicodiensten niet alleen de kanalen van de federale politie, maar ook de meldingen van de Belgische Civiele Luchtvaartautoriteit volgen, om informatiehiaten te voorkomen.
Brancheorganisaties pleiten voor de oprichting van een nationaal luchtveiligheidscentrum dat radar-, inlichtingen- en handhavingsmiddelen integreert—een initiatief dat, indien ingevoerd, de crisiscommunicatie naar luchtvaartmaatschappijen, grondafhandelaars en multinationals aanzienlijk kan stroomlijnen.
Bron: Brussels Signal