
De Europese Commissie bevestigde op 2 december dat het nieuwe Entry/Exit System (EES) volledig operationeel is, waarbij Duitsland sneller vooruitgaat dan gepland. De luchthavens van Frankfurt en München werken al sinds oktober met het biometrische systeem; nu breidt de Bundespolizei de zelfbedieningskiosken uit naar Hamburg, Düsseldorf en de landgrenzen bij Kehl (Frankrijk) en Görlitz (Polen).
Het EES legt digitaal het gezicht en de vingerafdrukken vast van elke niet-EU-reiziger, ter vervanging van handmatige paspoortstempels. Tijdens proefperioden melden Duitse autoriteiten dat de verwerkingstijd buiten piekuren met 30 procent is gedaald, hoewel de wachtrijen tijdens drukte nog langer zijn totdat reizigers gewend zijn aan het proces. Vanaf april 2026 wordt de database verplicht bij alle Duitse lucht-, zee- en landgrenzen en zal automatisch overtredingen van verblijfsduur signaleren – een belangrijke verbetering voor bedrijven die personeel op korte termijn uitzenden.
Voor mobiliteitsmanagers heeft het systeem drie concrete gevolgen. Ten eerste moet reisvolgsoftware worden bijgewerkt om EES-gegevens te importeren zodra de API’s beschikbaar zijn, zodat verblijven binnen de 90/180-dagen Schengen-regel realtime kunnen worden gevolgd. Ten tweede is reizigersvoorlichting cruciaal: vingerafdrukken en een foto worden nu bij het kiosk genomen voordat men bij de grensbeambte komt, en het niet registreren kan leiden tot extra controles. Ten derde kunnen privacyverklaringen en afspraken met de ondernemingsraad herzien moeten worden; de Duitse federale privacytoezichthouder werkt aan richtlijnen voor werkgevers over de omgang met biometrische grensgegevens gekoppeld aan HR-systemen.
Het EES bereidt ook de weg voor ETIAS, de pre-travel autorisatie die vanaf eind 2026 geldt voor visumvrije reizigers. Beide systemen zullen gegevens delen, waardoor de toegestane verblijfsduur van zakenreizigers in Duitsland automatisch wordt berekend.
Vroege gebruikers zoals Lufthansa en Siemens melden soepelere crewwisselingen en minder handmatige paspoortcontroles. Kleinere luchthavens waarschuwen echter dat ze EU-financiering nodig hebben om scanners te installeren. Ondertussen wordt bedrijven aangeraden reizigers te informeren dat de gebruikte technologie kan verschillen per toegangspunt.
Het EES legt digitaal het gezicht en de vingerafdrukken vast van elke niet-EU-reiziger, ter vervanging van handmatige paspoortstempels. Tijdens proefperioden melden Duitse autoriteiten dat de verwerkingstijd buiten piekuren met 30 procent is gedaald, hoewel de wachtrijen tijdens drukte nog langer zijn totdat reizigers gewend zijn aan het proces. Vanaf april 2026 wordt de database verplicht bij alle Duitse lucht-, zee- en landgrenzen en zal automatisch overtredingen van verblijfsduur signaleren – een belangrijke verbetering voor bedrijven die personeel op korte termijn uitzenden.
Voor mobiliteitsmanagers heeft het systeem drie concrete gevolgen. Ten eerste moet reisvolgsoftware worden bijgewerkt om EES-gegevens te importeren zodra de API’s beschikbaar zijn, zodat verblijven binnen de 90/180-dagen Schengen-regel realtime kunnen worden gevolgd. Ten tweede is reizigersvoorlichting cruciaal: vingerafdrukken en een foto worden nu bij het kiosk genomen voordat men bij de grensbeambte komt, en het niet registreren kan leiden tot extra controles. Ten derde kunnen privacyverklaringen en afspraken met de ondernemingsraad herzien moeten worden; de Duitse federale privacytoezichthouder werkt aan richtlijnen voor werkgevers over de omgang met biometrische grensgegevens gekoppeld aan HR-systemen.
Het EES bereidt ook de weg voor ETIAS, de pre-travel autorisatie die vanaf eind 2026 geldt voor visumvrije reizigers. Beide systemen zullen gegevens delen, waardoor de toegestane verblijfsduur van zakenreizigers in Duitsland automatisch wordt berekend.
Vroege gebruikers zoals Lufthansa en Siemens melden soepelere crewwisselingen en minder handmatige paspoortcontroles. Kleinere luchthavens waarschuwen echter dat ze EU-financiering nodig hebben om scanners te installeren. Ondertussen wordt bedrijven aangeraden reizigers te informeren dat de gebruikte technologie kan verschillen per toegangspunt.