
Een federale districtsrechter in San Francisco vaardigde op 24 juni 2026 een ingrijpend verbod uit dat Immigration and Customs Enforcement (ICE)-agenten verbiedt niet-ingezetenen vast te houden in en rond immigratierechtbanken in de hele Verenigde Staten. In het 71 pagina’s tellende vonnis werd geoordeeld dat een beleid uit de Trump-periode — dat in januari 2025 stilletjes was heringevoerd — in strijd was met de Administrative Procedure Act, omdat ICE en het Executive Office for Immigration Review “geen onderbouwde verklaring” gaven voor het uitbreiden van arrestaties op locaties waar migranten hun recht op een eerlijk proces zoeken. Rechter P. Casey Pitts benadrukte dat arrestaties bij rechtbanken een afschrikwekkend effect hebben op de bereidheid van migranten om hoorzittingen bij te wonen, wat het rechtssysteem ondermijnt en advocaten belemmert in hun werk. Burgerrechtenorganisaties prezen de uitspraak als een overwinning voor de toegang tot rechtspraak, terwijl James Percival, hoofdjurist van het Department of Homeland Security, het bestempelde als “blinde rechterlijke activisme.” Praktisch gezien dwingt het verbod ICE-kantoren om terug te keren naar de richtlijnen van 2021, waarin arrestaties bij rechtbanken alleen in beperkte, op bedreigingen gebaseerde gevallen en met goedkeuring van het hogere management zijn toegestaan. Werkgevers kunnen minder onverwachte detenties verwachten die lopende asiel- of werkgerelateerde zaken verstoren, maar compliance-teams moeten nog steeds Notices to Appear bijhouden en werknemers met actieve zaken blijven begeleiden. Zowel de Biden- als de Trump-campagne grepen de uitspraak direct aan: Democraten presenteerden het als een herstel van de rechtsstaat, terwijl Republikeinen beloofden in beroep te gaan, wat benadrukt hoe immigratiehandhaving de verkiezingsstrijd van 2026 blijft bepalen. HR-managers wordt geadviseerd hun mobiliteitsbeleid en protocollen voor samenwerking met advocaten aan te passen aan het nieuwe handhavingsklimaat.
Bron: ABC7 New York