
In een late zitting op 9 december heeft het Cypriotische parlement een wijziging van de Vluchtelingenwet aangenomen, waarmee de plaatsvervangend minister voor Migratie of de Asieldienst de bevoegdheid krijgt om de vluchtelingenstatus of subsidiaire bescherming in te trekken als de betrokkene wordt beschuldigd van terrorisme, moord, verkrachting of andere “ernstige misdrijven”. Na kennisgeving hebben de betrokkenen tien dagen om in beroep te gaan voordat uitzetting kan plaatsvinden, zodra alle juridische middelen zijn uitgeput.
Voorstanders stellen dat deze maatregel de nationale wetgeving in lijn brengt met EU-richtlijn 2011/95/EU en ingaat op kritiek uit Brussel dat Nicosia onvoldoende instrumenten had om recidivisten aan te pakken – een probleem dat de Schengen-onderhandelingen belemmert. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen echter dat het verschuiven van de uiteindelijke beslissing van de rechter naar de uitvoerende macht het humanitaire beschermingsbeleid kan politiseren en kwetsbare getuigen kan afschrikken om met de politie samen te werken.
Voor mobiliteitsteams binnen bedrijven die vluchtelingen in dienst hebben, zijn de gevolgen groot: een werknemer die wordt onderzocht kan van de ene op de andere dag zijn verblijfs- en werkrechten verliezen. Arbeidsrechtadvocaten adviseren om onmiddellijke schorsingsclausules in contracten op te nemen en alternatieve immigratieroutes in kaart te brengen, zoals de Single Permit van Cyprus of de EU Blue Card, die mogelijk van toepassing zijn als de humanitaire status wordt ingetrokken.
Visumdienstverleners melden een toename van vragen van NGO’s en HR-afdelingen van multinationals die op zoek zijn naar noodplannen. Het Ministerie van Migratie benadrukt dat de waarborgen voor een eerlijk proces gehandhaafd blijven, maar betrokken partijen verwachten juridische procedures zodra de eerste intrekkingsbesluiten worden genomen.
Bedrijven met vluchtelingen in dienst doen er goed aan hun interne compliance-protocollen te herzien, managers te informeren over de nieuwe wet en snelle reactiemogelijkheden voor te bereiden – waaronder relocatie naar andere EU-landen – voor het geval de status van een werknemer wordt ingetrokken.
Voorstanders stellen dat deze maatregel de nationale wetgeving in lijn brengt met EU-richtlijn 2011/95/EU en ingaat op kritiek uit Brussel dat Nicosia onvoldoende instrumenten had om recidivisten aan te pakken – een probleem dat de Schengen-onderhandelingen belemmert. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen echter dat het verschuiven van de uiteindelijke beslissing van de rechter naar de uitvoerende macht het humanitaire beschermingsbeleid kan politiseren en kwetsbare getuigen kan afschrikken om met de politie samen te werken.
Voor mobiliteitsteams binnen bedrijven die vluchtelingen in dienst hebben, zijn de gevolgen groot: een werknemer die wordt onderzocht kan van de ene op de andere dag zijn verblijfs- en werkrechten verliezen. Arbeidsrechtadvocaten adviseren om onmiddellijke schorsingsclausules in contracten op te nemen en alternatieve immigratieroutes in kaart te brengen, zoals de Single Permit van Cyprus of de EU Blue Card, die mogelijk van toepassing zijn als de humanitaire status wordt ingetrokken.
Visumdienstverleners melden een toename van vragen van NGO’s en HR-afdelingen van multinationals die op zoek zijn naar noodplannen. Het Ministerie van Migratie benadrukt dat de waarborgen voor een eerlijk proces gehandhaafd blijven, maar betrokken partijen verwachten juridische procedures zodra de eerste intrekkingsbesluiten worden genomen.
Bedrijven met vluchtelingen in dienst doen er goed aan hun interne compliance-protocollen te herzien, managers te informeren over de nieuwe wet en snelle reactiemogelijkheden voor te bereiden – waaronder relocatie naar andere EU-landen – voor het geval de status van een werknemer wordt ingetrokken.