
Het Lagerhuis heeft met spoed wetsvoorstel C-12—de Wet ter Versterking van Canada’s Immigratiesysteem en Grenzen—doorgedrukt, wat alarm slaat bij vluchtelingenorganisaties die waarschuwen dat de wetgeving lijkt op de restrictieve Amerikaanse regels. Het wetsvoorstel werd op 11 december bij de derde lezing aangenomen, formeel ingediend in de Senaat op 23 december en kan al in februari 2026 wet worden.
Belangrijke bepalingen maken asielzoekers ongeldig als zij hun aanvraag meer dan een jaar na aankomst in Canada indienen, of meer dan 14 dagen nadat ze zich bij de landgrens tussen de VS en Canada hebben gemeld. In plaats van een volledige hoorzitting bij de Immigratie- en Vluchtelingenraad, krijgen laatkomers een papieren risicoanalyse voor uitzetting door één ambtenaar—een procedure met historisch hoge afwijzingspercentages.
Maatschappelijke organisaties stellen dat het wetsvoorstel in strijd is met Canada’s verplichtingen onder het Vluchtelingenverdrag van 1951 en onevenredig nadelig zal zijn voor gemarginaliseerde migranten en LHBTQ-studenten die pas na openlijk leven in Canada beseffen dat terugkeer onmogelijk is. Ook wetenschappers waarschuwen dat de uitgebreide bevoegdheden voor informatie-uitwisseling kunnen leiden tot eenzijdige annulering van immigratiedossiers, wat de waarborgen van een eerlijk proces ondermijnt.
Voor multinationals brengt de maatregel onzekerheid voor houders van werkvergunningen die later mogelijk vluchtelingenbescherming nodig hebben—zoals buitenlandse werknemers uit landen waar de situatie verslechtert. HR- en mobiliteitsteams doen er goed aan de Senaatsbehandeling van het wetsvoorstel nauwlettend te volgen en kwetsbare medewerkers tijdig juridisch advies te laten inwinnen.
Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, zijn aanpassingen nodig in het beleid rond statuswijzigingen, reizen naar de Verenigde Staten (waar de timing van herinreis nu van belang is) en compliance-training voor beveiligingsmedewerkers die contact hebben met grensautoriteiten.
Belangrijke bepalingen maken asielzoekers ongeldig als zij hun aanvraag meer dan een jaar na aankomst in Canada indienen, of meer dan 14 dagen nadat ze zich bij de landgrens tussen de VS en Canada hebben gemeld. In plaats van een volledige hoorzitting bij de Immigratie- en Vluchtelingenraad, krijgen laatkomers een papieren risicoanalyse voor uitzetting door één ambtenaar—een procedure met historisch hoge afwijzingspercentages.
Maatschappelijke organisaties stellen dat het wetsvoorstel in strijd is met Canada’s verplichtingen onder het Vluchtelingenverdrag van 1951 en onevenredig nadelig zal zijn voor gemarginaliseerde migranten en LHBTQ-studenten die pas na openlijk leven in Canada beseffen dat terugkeer onmogelijk is. Ook wetenschappers waarschuwen dat de uitgebreide bevoegdheden voor informatie-uitwisseling kunnen leiden tot eenzijdige annulering van immigratiedossiers, wat de waarborgen van een eerlijk proces ondermijnt.
Voor multinationals brengt de maatregel onzekerheid voor houders van werkvergunningen die later mogelijk vluchtelingenbescherming nodig hebben—zoals buitenlandse werknemers uit landen waar de situatie verslechtert. HR- en mobiliteitsteams doen er goed aan de Senaatsbehandeling van het wetsvoorstel nauwlettend te volgen en kwetsbare medewerkers tijdig juridisch advies te laten inwinnen.
Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, zijn aanpassingen nodig in het beleid rond statuswijzigingen, reizen naar de Verenigde Staten (waar de timing van herinreis nu van belang is) en compliance-training voor beveiligingsmedewerkers die contact hebben met grensautoriteiten.
Bron: The Guardian