
In een tussentijdse definitieve regeling gepubliceerd op 16 januari heeft het Amerikaanse Department of Homeland Security de eis geschrapt dat R-1 religieuze werkers twaalf maanden buiten de Verenigde Staten moeten verblijven voordat ze opnieuw kunnen aanvragen na het bereiken van de maximale verblijfsduur van vijf jaar. Deze wijziging zal vooral gunstig zijn voor de grote groep priesters, imams en missionarissen uit India die regelmatig in en uit Amerikaanse geloofsgemeenschappen reizen.
Volgens de oude regel hadden Indiase tempels en gurudwara’s vaak te maken met personeelsproblemen wanneer geestelijken een heel jaar buiten de VS moesten wachten voordat ze hun status konden verlengen. Veel organisaties vulden deze leegte op met kortlopende bezoekersvisa – wat juridisch riskant was – of sponsorden nieuwe medewerkers tegen hoge kosten. De aangepaste regeling maakt het nu mogelijk voor werkgevers om tot zes maanden voor het vertrek van de werknemer een nieuwe I-129-petitie in te dienen, waardoor een vrijwel naadloze terugkeer mogelijk is zodra het nieuwe visum is afgegeven.
Religieuze organisaties juichen deze beslissing toe en wijzen erop dat India meer dan een kwart van alle R-1 aanvragen wereldwijd levert. Immigratieadvocaten verwachten dat de nieuwe regel ook de druk op de EB-4 green card-categorie zal verminderen, waar Indiase aanvragers te maken hebben met jarenlange wachttijden. Werknemers kunnen nu onbeperkt rouleren in R-1 status, mits elke periode niet langer duurt dan de cumulatieve vijf jaar zonder tussentijdse goedkeuring van een green card.
Voor mobiliteitsprogramma’s betekent dit dat R-1 geestelijken veel voorspelbaarder kunnen worden ingepland voor dienst in de VS. Sponsorerende instellingen moeten nog wel rekening houden met consulaire afspraken in Delhi, Mumbai, Chennai, Hyderabad of Kolkata, maar de lange verplichte onderbreking buiten het land is verdwenen – wat zorgt voor minder onderbrekingen in de loonlijst en lagere immigratiegerelateerde reiskosten.
Volgens de oude regel hadden Indiase tempels en gurudwara’s vaak te maken met personeelsproblemen wanneer geestelijken een heel jaar buiten de VS moesten wachten voordat ze hun status konden verlengen. Veel organisaties vulden deze leegte op met kortlopende bezoekersvisa – wat juridisch riskant was – of sponsorden nieuwe medewerkers tegen hoge kosten. De aangepaste regeling maakt het nu mogelijk voor werkgevers om tot zes maanden voor het vertrek van de werknemer een nieuwe I-129-petitie in te dienen, waardoor een vrijwel naadloze terugkeer mogelijk is zodra het nieuwe visum is afgegeven.
Religieuze organisaties juichen deze beslissing toe en wijzen erop dat India meer dan een kwart van alle R-1 aanvragen wereldwijd levert. Immigratieadvocaten verwachten dat de nieuwe regel ook de druk op de EB-4 green card-categorie zal verminderen, waar Indiase aanvragers te maken hebben met jarenlange wachttijden. Werknemers kunnen nu onbeperkt rouleren in R-1 status, mits elke periode niet langer duurt dan de cumulatieve vijf jaar zonder tussentijdse goedkeuring van een green card.
Voor mobiliteitsprogramma’s betekent dit dat R-1 geestelijken veel voorspelbaarder kunnen worden ingepland voor dienst in de VS. Sponsorerende instellingen moeten nog wel rekening houden met consulaire afspraken in Delhi, Mumbai, Chennai, Hyderabad of Kolkata, maar de lange verplichte onderbreking buiten het land is verdwenen – wat zorgt voor minder onderbrekingen in de loonlijst en lagere immigratiegerelateerde reiskosten.